Storm (2005)

Als tiener hebben we allen heel wat ideeën moeten inruilen voor andere. Aanvankelijk dacht je dat je ouders bijna perfect waren of tenminste heel bijzonder, dat de wereld beheerst werd door mensen met goede bedoelingen en dat je altijd de waarheid kon zeggen. Dat bleef zo totdat je je eigen ouders ging vergelijken met die van je vrienden, totdat je een of twee keer bedrogen werd door mensen die er eerlijk uitzagen en totdat je familieleden in moeilijkheden had gebracht door hier of daar eerlijk te vertellen wat er zich thuis achter de schermen afspeelde. Met de jaren leerde je om naast de goede ook de kwalijke kanten van je ouders kennen, je vertrouwde niet meer iedereen met mooie praatjes en je leerde op tijd te zwijgen ook al kende je precies de waarheid.

Grote veranderingen van inzicht en levenswijze verlopen niet soepel, gaat soms met ruzie en met harde woorden, je komt in een storm terecht. Dan is er vooral moed nodig om  oude idealen los te laten en een nieuwe levensvisie te vinden. Er is moed voor nodig om die nieuwe visie in detail uit te werken.

Zo’n verandering waar moed voor nodig is doet zich echter niet enkel voor in de tienerjaren. Het is wellicht een even grote verandering als je gaat samenwonen, als je kinderen krijgt, als je een baan kwijt raakt, als een dierbare komt te sterven.

Er valt een storm over je  liefhebberijen, kostbare gewoontes en veel dat je dierbaar is. Er is moed voor nodig te leren leven met zo’n nieuwe situatie, om evenwicht te vinden tussen idealen en dagelijks leven.

Als gelovige kun je ook zo’n crisistijd beleven, als je ontdekt dat je eigen kerk niet de enig zaligmakende is of als je tot de overtuiging komt dat de paus het niet altijd bij het recht eind heeft, dat bijbelteksten slechts zelden letterlijk moeten worden genomen of als je leest dat ingezamelde gelden op de verkeerde plaats zijn terecht gekomen. Dan stormt het.

Het stormde meteen in die eerste jaren van het christendom: tegenwind van de joodse gemeenschap waarbinnen ze leefden, vervolging door allerlei machtsinstituten, onzekerheid of heidenen er nu bij hoorden of niet, richting proberen te houden op de tijdsgolven of vastklampen aan de kade? "Red ons wij vergaan". Het is zo oud als het christendom. Dan is er moed nodig, veel moed om door te gaan in plaats van af te haken.

Hoe kom daar dan aan? Jezus doet het gewoon voor: Hij steekt zijn hand uit, laat weten: je bent niet alleen, roept op tot zelfvertrouwen: "Doe het maar, het lukt je best".

Dat noemen we bemoedigen. Moed is wat wij mensen elkaar kunnen geven door telkens weer te laten weten: "Ik ga ben er ook nog, je staat niet alleen, ik ga met je mee". Daarom alleen al is het zo belangrijk om regelmatig samen te komen. We zitten samen of afzonderlijk in een storm, maar zijn niet alleen. Die hand die Jezus uitstak was geen hand uit de hemel, dat bemoedigend woord geen stem uit den hoge, maar van Hem dichtbij. Oh ja, bemoedigende aanwezigheid, bemoedigende woorden, de uitgestoken hand zijn goddelijke krachten die wij elkaar moeten aanreiken om overeind te blijven en niet te verdrinken. Alweer een uitnodiging om dat ook te doen.