Evangelieprikje (2008)

Het leven gaat gewoon door ... we hebben het allemaal wellicht al geconstateerd na het overlijden van een dierbaar iemand. Ook al lijkt de wereld in elkaar te storten en valt de tijd stil, toch is het niet zo. Jezus heeft het ook allemaal meegemaakt: na de dood van Johannes de Doper wil Hij zich even terugtrekken, maar dat is buiten het leven gerekend want een massa mensen volgt hen. Je kan je dan nog meer gaan afsluiten en de massa de mond snoeren of je kan je isolement doorbreken. Het is het laatste wat Jezus doet want zo schrijft Matteüs: Hij voelde medelijden. Een eerste pastorale hint voor kerkmensen van vandaag. Ondanks alle onheilsprofetieën over het voortbestaan van ons geloof, moeten wij steeds op God en mensen betrokken blijven. Niemand heeft er wat aan dat je verdrinkt in zelfmedelijden; in dit medelijden met jezelf zal je waarschijnlijk nooit de zin van je leven vinden. Zegt het christelijk geloof niet dat mensen geroepen zijn om de naam van God "Ik zal er zijn voor jou" waar te maken bij mensen? Dat geldt in alle omstandigheden. Dat lijkt hard en dat is het ongetwijfeld bij momenten ook, maar de weinige ervaring die ik heb, leert me dat het ook krachtgevend kan zijn. Medelijden voelen met je medemensen zet je als gelovige aan tot concrete actie zonder betuttelend te zijn. Die actie is voor Jezus genezen, voor ons kan het dat ook zijn, psychisch-emotioneel misschien, maar het kan ook iets anders zijn. Belangrijk is dat mensen mogen ervaren dat er Iemand is die met hen meevoelt.

Wie denkt dat de kous af is als de mensen genezen zijn, is er aan voor zijn moeite. De mensen gaan niet weg, zij blijven Jezus volgen. Er ontstaat paniek bij de leerlingen bij gebrek aan voldoende voedsel en ze vragen Jezus de menigte naar huis te sturen. Jezus antwoordt ze dat zij hen te eten moeten geven. De leerlingen zien niet in hoe ze dat kunnen met slechts vijf broden en twee vissen. Maar dan gebeurt het wonder: er is voldoende voor iedereen, er is zelfs over. Moet er nog meer zijn om uit te drukken dat de Messiaanse tijd is aangebroken? De overvloed waarvan hier sprake is, is een teken van het koninkrijk der hemelen dat doorbreekt. We kunnen ons nu natuurlijk bezig houden met de ongetwijfeld zeer interessante vragen over wat hiervan historisch is of niet, maar we lopen dan het risico "genezen" te zijn van wetenschappelijke onwetendheid maar te blijven zitten met onze honger naar de ware kracht, het echte voedsel van dit verhaal.

Het is algemeen geweten dat men hier verwijst naar de eucharistie. Maar is daarmee alles gezegd? Over welke honger gaat het hier? Het gaat om de honger naar Gods Woord en tekenen van Zijn liefdevolle en zorgzame nabijheid, van Zijn menslievendheid. Men kan heel vlug een "kwaal" genezen met nepmiddeltjes als vertier, plezier, zelfs seks en drugs maar daarna blijft de honger naar vriendschap en liefde nog. Na concreet iets gedaan te hebben voor de mens in nood, mogen we hem niet hongerend naar vriendschap en liefde achterlaten. We mogen getuigen van Iemand die zozeer de vriendschap van de mens zoekt dat Hij Zijn Zoon heeft gestuurd om Zijn onvoorwaardelijke liefde gestalte te geven. In Zijn spreken en handelen heeft deze man getoond hoe het Koninkrijk Gods kan doorbreken. Hij getuigde van een liefde die uitmondde in een solidariteit met de gekwetste en vernederde mens. Dat heeft God ons getoond aan het kruis en meer nog in de verrijzenis van deze getormenteerde mens. Het weinige dat we hebben kan Hij veranderen tot iets waarmee we grote dingen kunnen doen en altijd weer mogen we ons voeden met Zijn Brood, Zijn gebroken Lichaam, gebroken voor ons allen.

Allemaal mooi, maar hongeren de mensen nog naar God? Als we om ons heen kijken, zien we mensen die hun honger naar diepere dingen onderdrukken door overdreven consumptie, vertier en genot. Uiteindelijk zijn het maar hongerlessers van korte duur. Eens dwingt het leven hen om stil te vallen en dieper te kijken. We moeten ons niet te veel fixeren op anderen, kijken we naar onszelf. Voeden wij ons voldoende met de gave van Jezus Christus? Is Gods Woord voedsel voor ons of kiezen we ook voor fast-food voor kortstondig geluk? Gebruiken we het weinige talent dat we misschien hebben om Gods liefde in deze wereld zichtbaar te maken of gebruiken we ze eerder tot onze eigen eer en glorie? Dit zijn geen vragen om te kunnen oordelen, dat komt alleen God toe. Het zijn vragen die ons kunnen doen nadenken over welk voedsel ons gaande houdt, ons op de been houdt. Wie kiest er nu voor fast-food als hij een lekker biefstuk kan krijgen?