Geef gij hun te eten

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Een mens kan desnoods weken zonder brood, maar kan geen dag zonder goedheid. Mensen verkommeren als het goede in hen niet bevestigd wordt. Dit hangt ten nauwste samen met het verhaal van de wonderbare spijziging. Want wat Jezus hier geeft aan de mensen is beslist meer dan brood alleen. Er staat: ‘toen hij de menigte zag, kreeg hij diep medelijden met hen'. Waarom kreeg hij medelijden? Omdat ze honger hadden? Omdat hun maag rammelde? Ze waren uit eigen beweging hem achterna gegaan en ze konden makkelijk in de omtrek eten kopen. Het ging Jezus niet om brood. Dat brood staat ergens anders voor. Het gaat om iets dieper.

Er staat ook in onze tekst dat Jezus zegt: ‘Het is niet nodig dat zij weggaan'. Hij wil dat zij bij hem blijven. Typisch is dat, want hij was juist naar een eenzame plaats gegaan om alleen te zijn. Heel begrijpelijk, want Jezus had juist gehoord dat zijn meest intieme vriend, Johannes de Doper, was vermoord. Een danseres had op een smakeloze manier met zijn hoofd op een schotel rondgedanst. Jezus wilde alleen zijn. Misschien gewoon om te huilen, om het te verwerken. Maar als hij al die mensen ziet, zegt hij: ‘Ze hoeven niet weg te gaan.

Er is nog iets opvallend in onze tekst. De taal van het evangelie verandert ineens. Het wordt een liturgische taal. De woorden van het laatste avondmaal klinken, de woorden die nog steeds klinken in onze liturgie: Hij nam de broden, sloeg de ogen ten hemel en sprak de zegen uit, brak ze, en gaf ze aan de leerlingen.

En dan volgt in het evangelie een zin die (helaas) niet meer in onze liturgie staat: ‘En de leerlingen gaven ze weer aan het volk'.

Dit heeft Jezus gezegd en gedaan op de avond voor zijn lijden en dood, toen hij in zijn liefde tot het uiterste ging, toen hij zichzelf heeft gegeven in het teken van brood. Maar dan is het duidelijk dat het hier om meer gaat dan brood alleen. Want als wij met dat brood in onze handen staan dan staan we met al zijn liefde in onze handen.

Dan valt ook te begrijpen dat ons evangelie met zo'n ongelooflijk groot getal komt aanzetten: het waren vijfduizend mannen die hadden gegeten, vrouwen en kinderen niet eens meegeteld. Jezus heeft hen allemaal lief. Ze hoeven niet weg te gaan, niemand van die grote menigte, met wie hij zo diep medelijden had.

Een mens kan desnoods weken zonder brood, maar geen dag zonder goedheid. Welnu, wat Jezus betreft: niemand hoeft zonder goedheid.

Eigenlijk is het jammer dat die ene zin niet in onze liturgie is gekomen, deze zin: ‘en de leerlingen gaven ze weer aan het volk'. Ze... dus niet alleen die broden, maar die liefde. Misschien hebben we daardoor te weinig liefde doorgegeven.