18e zondag door het jaar A

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Na zijn parabels over het Rijk der hemelen gaat Jezus naar zijn vaderstad, Nazaret, waar Hij niet aanvaard wordt. Hij is er jaren weggebleven, zich vormend, biddend, vastend, nadenkend in de woestijn, samen met andere Godzoekers. Als Hij na die tijd, optreedt in Galilea en tenslotte ook zijn eigen Nazaret aandoet, erkent niemand Hem nog. Ook geloven ze niet in Hem. Hij is een vreemde voor hen geworden. En na zijn onderricht in hun kleine synagoge kan Hij er nauwelijks iets goeds doen.

Het is ook de tijd dat Hij hoort dat Herodes de Doper vermoord heeft. Het is op dit bericht dat Hij in een boot wegvaart en alleen wil zijn. Maar het volk komt Hem achterna en door "diep medelijden" bewogen, geneest Hij de ganse dag hun zieken. ‘s Avonds voedt Hij de menigte op wondere wijze, met de hulp van zijn leerlingen, "vijfduizend mannen, vrouwen en kinderen niet meegerekend".

Het is een dramatische dag voor Jezus. Hij vormt zijn leerlingen opdat ze goede herders zouden zijn voor het volk. Maar zijn eigen gemeente Nazaret geeft Hem geen vertrouwen. Hij heeft "diep medelijden" met de menigte, omdat ze zijn ‘‘als schapen zonder herder'', maar zijn eigen neef Johannes de Doper, die de slechte herders voor adderengebroed uitschold, die de weg voor Hem en met Hem voorbereidde, wordt smerig vermoord door Herodes omwille van een vrouw. Het is niet te verwonderen dat Jezus werkelijk alleen wil zijn. Na de maaltijd met het volk dwingt Hij zijn leerlingen Hem alleen te laten en stuurt Hij de menigte naar huis. Hij brengt de nacht door in gebed.

Hoe groots en huiveringwekkend is dit alles. Op een ogenblik dat zijn werk al vrucht draagt, dat Jezus' faam al overal is doorgedrongen, dat velen zich afvragen of Hij niet de Messias is, treft Hem het ongeloof van zijn eigen volk en wordt zijn meest vertrouwde medestander uitgeschakeld.

Het is op dat ogenblik van dreigende mislukking, als Jezus nieuwe kracht wil putten uit het gebed, dat het volk zich weer aan Hem opdringt en dat Gods kracht zich weer door Hem manifesteert, in de genezing van al de zieken en in de voeding van allen die Hem volgen. Eens te meer worden de profetieën van Jesaja vervuld: door Jezus geniet Israël "zonder te betalen". Jezus wordt bewogen door zijn liefde tot God, die Hij opzoekt in zijn nachtelijk gebed en door zijn "diep medelijden" met de menigte die Hém opzoekt, omdat ze in Hem de Messias bevroeden die komen moet.

Matteüs geeft de reactie van het volk niet weer, ook niet de reactie van de leerlingen, en Jezus zelf trekt zich terug op de berg om te bidden. Zo bereidt Hij onze reactie voor: de wondere vermenigvuldiging van het brood was voor niets nodig; er was nog tijd om het volk weg te sturen "om in de dorpen eten te gaan kopen". Het is wat de leerlingen aan Jezus doen opmerken. Het was ook voor niets nodig de zieken te genezen. De mensen konden ook naar hun dokters gaan naar hun priesters en genezers, om er herstel of tenminste troost te ontvangen.

Maar Jezus geneest ze, zoals Hij hun brood en vis verschaft. Hij is de Messias en met Hem begint de wondere tijd waarin God zijn zegen over het volk niet meer terugtrekt of weerhoudt. De Messias, in wie Hij zijn welbehagen heeft, die vanaf zijn jeugd het aanschijn van zijn Vader zoekt, is drager van Gods scheppende levenskracht, die regelmatig doorbreekt in zijn leven, die overwint op de meest kritische ogenblikken, en die in zijn Kerk ook telkens weer doorbreekt en in het leven van de grote heiligen die Hem volgen.

In Jezus wordt de profetie van Jesaja vervuld: "Luister, luister naar Mij: dan eet gij wat goed is, dan verzadigt gij u aan heerlijke spijs. Neig uw oor en kom naar Mij en luister en gij zult leven".

Laten wij het Brood delen, nu wij het Woord beluisterd hebben en de profetie van Jesaja aan ons in Jezus vervuld is.