Geef gij hun te eten

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Daar zijn vijfduizend mensen in de woestijn. Wat moet je doen om ze allemaal te eten te geven? De apostelen hebben een verstandige oplossing: Stuur ze weg, dan kunnen ze in de nabije dorpen iets gaan halen om te eten. Maar Jezus is tegen die gemakkelijke oplossing, waardoor de verantwoordelijkheid op iedereen zelf wordt afgeschoven, en Hij zegt hun: "Geven jullie hun te eten. Jullie zijn verantwoordelijk voor hen."

"Maar we hebben maar vijf broden en twee vissen," antwoorden de leerlingen. En toch, met dat weinige dat ze bezitten, bewerkt Jezus het wonder.

Wij weten niet hoe wij de broodvermenigvuldiging moeten uitleggen. Je kunt ze uitleggen in de zin van een wonder, zodat Jezus, uit een minimum aan voedsel, eten voor duizenden mensen bezorgde. Bij de jeugd legt men het graag anders uit. De meeste mensen hadden wel iets om te eten ingepakt bij zich. Maar zoals hongerige mensen zijn, niemand wilde beginnen te eten, bang dat ze moesten delen, bang dat de anderen hen kwaad zouden aankijken. De apostelen nu begonnen met het brood te delen en de anderen volgden. Ook dat was een wonder, een wonder van medemenselijkheid. Hongerige zelfzuchtige mensen werden door Jezus mensen die het brood braken en deelden, zodat iedereen verzadigd werd en er tenslotte nog twaalf korven overbleven.

De zin van het evangelie is theologisch zeker veel dieper. Dit verhaal verwijst naar de Eucharistie, het gebruikt dezelfde woorden, die wij in het avondmaal ontmoeten: Hij nam het brood, sloeg zijn ogen ten hemel, sprak de zegen uit, brak het brood en gaf het aan zijn leerlingen. Doet dit, zegt Jezus dan, tot gedachtenis aan Mij.

De gedachtenis van Jezus vieren is doen wat Hij ons voorgedaan heeft, het brood breken, geven en delen. Het eucharistisch maal en de broodvermenigvuldiging verwijzen beide naar het brood, dat wij met en voor elkaar moeten delen. De broodvermenigvuldiging begint eigenlijk al bij het feit dat Jezus medelijden had met de menigte. Dat medelijden van Jezus blijft voortduren tot in onze tijd en daarom blijft ook de oproep van Jezus voortduren. Geef gij hun te eten. Geef gij aan de mensen alles wat ze nodig hebben: brood en water aan onze verre naasten in de ontwikkelingsgebieden, maar geef ook het brood van uw vriendschap aan uw familie en buren. Een open oor, een goed woord, een vriendelijke blik op de juiste tijd, dat is waar de mensen naar hongeren. Schrijf niemand af, duw niemand in de hoek.

Had de Kerk maar steeds die medelijdende blik van Jezus gehad, dan zou de wereld veel leed bespaard gebleven zijn. Echte oorlog, echte machtsstrijd heeft als eigenlijke oorzaak, dat de mensen niet bereid zijn om met elkaar te delen. Wij hebben zoveel kansen tot vrede gemist. Nu de honger en de ellende in de wereld zulke catastrofale afmetingen aannemen, is er maar één weg tot een duurzame vrede: Geef gij, rijke landen, hun te eten. Als de wereld maar eens begon in te zien dat de miljarden die wij aan bewapening uitgeven, aan de armen toebehoren.

Jezus zegt ons: geef gij hun te eten! Dat is de enige weg naar een menswaardige wereld.