Wonderen mogelijk maken

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
De broodvermenigvuldiging is een van de meest verbijsterende wonderverhalen. Vragen in overvloed. Het is onbegonnen werk ze te willen opsommen, laat staan te beantwoorden. Overigens wordt in het evangelie nooit uitgelegd hoe wonderen verricht worden. Als we wonderverhalen lezen vanuit het standpunt van de natuurkunde, zullen we nooit een antwoord krijgen. Het evangelie is niet geschreven om uit te leggen hoe datgene wat volgens de natuurwetten niet kan, toch mogelijk wordt. Juist daarom mogen we dergelijke verhalen niet afvoe¬ren als verzinsels. Veeleer moeten we ze lezen in het perspectief waarin ze geschreven zijn. Het gaat hier over het geloof in Jezus Christus. Op een heel ander niveau blijkt dan dat het onmogelijke, dankzij Hem, toch mogelijk wordt.

Om dat op het spoor te komen moeten we even kijken naar wat er gebeurde voor het wonder geschiedde. Jezus had zich in de eenzaamheid teruggetrokken, maar de mensen waren Hem te slim af. Hij kreeg medelijden met hen en genas hun zieken. Ze wilden bij Hem zijn en blijven. Toen de leerlingen daartegen ingingen, antwoordde Jezus met een zeer raadselachtig bevel: "Jullie moeten hun te eten geven." Met vijf broden en twee vissen kon dat natuurlijk niet. De schaarse mondvoorraad die de leerlingen, allicht voor persoonlijk gebruik, bij zich hadden, moesten ze afgeven aan Hem. Ze hadden kunnen weigeren en het krampachtig voor zich houden. Dan hadden zij toch ten minste zelf kunnen eten. Het gevolg was dan wel geweest dat Jezus niets had kunnen doen.

In plaats van te piekeren over hoe een dergelijk mirakel nu mogelijk is, moeten wij ons veeleer afvragen wat wij, mensen, kunnen doen opdat Jezus een wonder zou kunnen verrichten! Dat gebeurt veel in de evangeliën: de mensen brengen de lamme bij Jezus, ze doen water in de kruiken, ze brengen zieken bij Hem enzovoort. Als mensen dat niet doen, kan Jezus niets uitrichten, zeker geen wonderen. Hoe Hij die wonderen doet, is zijn zaak. Onze zaak is: wat kunnen en moeten wij doen om mogelijk te malzen dat Hij wonderen kan verrichten? Het antwoord is verrassend eenvoudig: het weinige wat wij hebben niet angstvallig voor onszelf houden, maar aan Hem geven. Onze tijd, onze aandacht, onze liefde, ons bezit, noem maar op. Hij vraagt dat wij het aan Hem geven.

Waarin bestaat nu het echte wonder? Nogmaals, dit is geen vraag naar natuurwetten. Het wonder is dat er met zó weinig middelen zó veel kan gebeuren, op voorwaarde dat wij het aan de Heer schenken. Maar hoe kunnen we dat? Door het weinige wat we hebben te laten doordringen van zijn liefde. Zeker, onze liefde is heel beperkt. Maar juist in dat besef schuilt het gevaar! We zijn dan namelijk geneigd te zeggen: met het schaarse wat ik heb kan ik toch de nood van zoveel anderen niet lenigen, ik houd het dus maar voor mezelf. De leerlingen hebben dat ongetwijfeld ook gedacht bij hun vijf broden en twee vissen. Maar ze hebben ze toch maar aan Jezus gegeven. En één iets weten we met zekerheid: daar is een wonder van liefde geschied.