Vermenigvuldigen om te delen (2008)

Dichter Jan van Opbergen schreef een gebed om herscholing.  Daarin vraagt hij om een nieuwe rekenmethode:

"Om een nieuwe methode van rekenen bidden wij.

Dat wij ons oefenen en bekwamen
in het vermenigvuldigen door te delen.

Dat uitgerekend het gebaar van breken en delen
het teken wordt van overleven.

Dat ooit het Laatste Avondmaal van Jezus
de Eerste Overvloed van allen wordt."

In een tekst aan een kerkdeur in Waals-Brabant las ik een verwijt aan het adres van Jezus.  Hij had een flauw schoolrapport.  Hij was meestal in slecht gezelschap.  Hij kon alleen maar vermenigvuldigen en niet delen.  Hij sprak van zijn Vader en van de Geest en zei dat drie maar één zijn.

Jezus had in ieder geval een heel bijzondere gave.  Hij was een man vol erbarmen en intens meevoelen.  Mensen zochten hem op.  Zelfs wanneer hij naar een eenzame plek wou, kwamen zij hem achterna.  Matteüs noteert alweer dat Jezus diep medelijden had en zieken genas.  Vanuit zijn bezorgdheid om mensen spijzigde hij op die afgelegen plaats een talrijke groep toehoorders.  Hij kan niet onverschillig blijven wanneer mensen hongeren. 

Brood wijst op fundamentele behoeften.  Matteüs groepeert in de zogenaamde sectie van het brood (Mt. 13,53-16,20) passages die daarmee verband houden.  Wij krijgen bij hem tweemaal een verhaal over een broodvermenigvuldiging, een bij het meer en een op de berg.  Bij die verhalen denkt Matteüs samen met zijn lezers aan de vele keren dat Jezus met mensen samen heeft gegeten.  Jezus was te gast bij zondaars, hij zat aan tafel bij Farizeeërs.  Hier is hij zelf de gastheer.  De gemeente van Matteüs en elke christengemeente weet dat Jezus in de eucharistie tafelgemeenschap houdt.

Aan het verhaal van de broodvermenigvuldiging zijn veel aspecten verbonden.  Vandaar een gevarieerde uitleg.  Een nogal gemakkelijke en eenvoudige uitleg is de volgende.  Iemand (Jezus zelf) begon te delen bij het zien van de nood.  Anderen deden het hem na en elkeen kon eten.  Zo is het.  Wanneer we delen, kan veel gelenigd worden.  De ene heeft altijd te veel bij, een ander niets.  Als we het meegebrachte samen leggen, kan elkeen genoeg hebben.  In dit delen steekt veel vreugde.  Deze uitleg moraliseert en zegt ons: "Leer en durf te delen.  Zie hoe christenen met weinig gelukkig kunnen zijn."

Het verhaal toont dat God met de nood van mensen begaan is.  Hij ziet nood van mensen en komt er aan tegemoet.  Het verhaal over het brood beperkt zich niet tot een louter spiritualistische lezing.  Jezus vervult de bede van het onzevader.  Zoals hij in Kana de kruiken met wijn gevuld heeft, zo zorgt hij hier op die afgelegen plek voor overvolle korven.  Als God geeft, doet hij dit in overvloed.  De Spekpater Werenfried van Straaten was na de tweede wereldoorlog gegrepen door de situatie van de uit hun heimat verdreven Oost-Duitsers.  Hij haalde de evangelieverhalen aan van het wijnwonder en het broodwonder om zijn toehoorders tot geven te stimuleren.

Je kan in het verhaal van de broodvermenigvuldiging verwijzingen vinden naar het Oude Testament, naar het manna in de woestijn (Num. 11,31) en naar de twintig gerstebroden, waarmee Elisa honderd profeten te eten gaf (2 Kon. 4,42-44).  Je kan verbanden leggen tussen de vijf broden en de vijf boeken van Mozes en tussen de twaalf korven en de twaalf apostelen.  Jezus verandert de Wet en de Profeten tot een geestelijke spijs voor zijn volk. 

Matteüs belicht in zijn verhaal het soeverein optreden van Jezus.  Hij kan zieken genezen en hongerigen spijzigen.  Hij is God met ons.  Door het brood te delen toont Jezus dat hij als Verrezen Heer bij zijn volk is.

Matteüs gebruikt in de twee verhalen over de broodvermenigvuldiging woorden die terugkeren bij de instelling van de eucharistie: dankzeggen, zegenen, uitdelen (Mt. 14,19). 

Jezus zei tot zijn leerlingen: "Ze hoeven niet weg, geven jullie hun maar te eten."  Al kent hij hun klein geloof, toch wakkert hij hun pastorale zorg aan.  Zij zullen als apostel de mensen laten delen in Gods goede gaven. 

De eucharistie is een dagelijkse broodvermenigvuldiging, waar mensen van overal mogen aanzitten.  "De Heer richt op zijn berg een maaltijd aan" (Z.J. 521).  Eucharistie is van levensbelang voor de Kerk.  Hoe zorgt ze voor voldoende mensen zodat Gods volk geestelijk voedsel kan ontvangen? 

"Wat niet vermindert als je deelt: liefde."