18e zondag door het jaar A (1999)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden
Samen eten, dat kan enorm gezellig en plezierig zijn. Het schept een stuk verbondenheid, die weldadig aandoet. Waar mensen bij elkaar horen, zoals bijvoorbeeld in een gezin, daar is het samen maaltijd houden een heel belangrijk gegeven. En gezinnen waar door allerlei drukke en jachtige omstandigheden nooit meer echt samen gegeten wordt, daar treedt een enorme verarming op. Samen eten, dat speelt ook een belangrijke rol in Jezus' prediking. En daarbij gaat het niet om het eten als zodanig maar juist om de verbondenheid die het schept.
Samen eten is gemeenschap beleven en vieren, ook de gemeenschap van het Rijk van God. Dat Rijk van God is het centrale thema in Jezus' prediking, dat rijk waarin mensen in liefde en vrede met elkaar verbonden zijn, die gemeenschap van mensen die eerlijk om elkaar geven en die waar nodig aan elkaar geven: niet alleen brood maar liefde, vrede, vriendschap, troost, leven.
In woord en daad gaf Jezus vorm aan dat rijk van God, en daarbij speelt het samen eten vaak een belangrijke rol. In het evangelie wordt verschillende keren vertelt dat Jezus met zondaars en tollenaars aan tafel zat, samen met hen de maaltijd gebruikte, en dat tot grote ergernis van de brave Farizeeën. Die vonden dat samen eten met het mindere volk niet hoorde. Jezus wilde juist duidelijk maken, dat zij voor hem niet afgeschreven waren. Niet dat hij hun gedrag goedkeurde, maar wel om hen weer op de goede weg te brengen.
We kennen ook allemaal wel die gelijkenis van de maaltijd die een koning aanrichtte, waarbij de genodigden echter niet wilden komen. Die gelijkenis was een duidelijk verwijt aan de Joodse priesters en Farizeeën die Jezus en zijn boodschap afwezen, en die zich daardoor buiten de verbondenheid van het rijk van God stelden. Maar hij maakt met die gelijkenis ook duidelijk dat ieder ander wel welkom is, alle mensen van goede wil.
Ook vandaag gaat het om gemeenschap en verbondenheid beleven en vieren. Er zijn vele mensen bij elkaar om naar Jezus' woorden te luisteren. Daarin ligt ook verbondenheid opgesloten. Maar die verbondenheid dreigt verbroken te worden door het feit dat de dag vordert en dat de mensen hun eigen weg weer moeten gaan om, ieder voor zich, voor eten te zorgen. Dat was althans de gedachtegang van de apostelen. Maar Jezus denkt er heel anders over.
Als ze hem attenderen op het probleem dat zij zien, reageert hij heel nuchter met: geven jullie hun maar te eten. En eigenlijk betekent dat: zorgen jullie nu maar dat die verbondenheid van nu bewaard blijft. Dat lijkt een onmogelijke opgave, en toch, zo blijkt uit het verhaal: het lukt. Daarom is dit gebeuren ook een hele treffende illustratie van het Rijk van God dat Jezus preekt, van die vergaande verbondenheid in liefde. Dat is geen feestmaal dat God ons kant en klaar aanreikt, geen tafeltje-dekje: Hij brengt ons die verbondenheid in liefde niet kant en klaar thuis. Het rijk van God is ook geen restaurant waar je maar bestellen kunt. We moeten zelf het voedsel aandragen. We moeten zelf die verbondenheid en die liefde vorm geven. En juist als de apostelen toen constateren we een probleem: onze samenleving verarmt, mensen worden steeds individualistischer, we ziet steeds meer vervreemding optreden, vooral in de grotere plaatsen.
Maar bij monde van Jezus zegt God ook tegen ons: doen jullie er maar wat aan, dat is jullie taak. En wij zeggen en denken dan: Je kunt mooi praten: dat gaat toch niet. Dat kleine beetje dat we hebben en kunnen, daar bereik je toch niets mee in die grote samenleving van ons. Als je kijkt naar al die mensen die zoveel tekort komen aan warmte en saamhorigheid, al die mensen die hongeren en dorsten naar hulp, naar aandacht en zorg. Daar kunnen wij toch niets aan doen.
En toch, als ieder bijdraagt wat hij kan geven, dan kan ook nu het wonder gebeuren dat er genoeg is voor iedereen, dat niemand te kort hoeft te komen. En ik ben ervan overtuigd dat we in feite veel meer kunnen geven dan we zelf vaak denken. Maar we zullen dat alleen dan kunnen dat we ons steeds weer laten inspireren door Jezus' boodschap, juist als Jezus' toehoorders toen.