Gastvrij en vrijgevig (2005)

Wij Nederlanders hebben in sommige landen de naam zuinig te zijn, maar vergeleken met veel andere landen zijn we gemiddeld ook heel vrijgevig. Wij worden dan ook door honderden organisaties regelmatig benaderd voor weer eens een milde gave en nog voor we de afschrijving binnen hebben ligt er een volgend verzoek op de mat. Ook onze gastvrijheid wordt door velen nog steeds hoog geprezen. De Franse Hugenoten vonden hier honderden jaren geleden een tijdelijk onderdak, zo ook Portugese Joden en in de 1ste wereldoorlog vele Belgen. Maar er zijn grenzen aan gastvrijheid en vrijgevigheid: De Hugenoten wisten dat en vertrokken in grote groepen vanuit Nederland naar Zuid Afrika. De meeste Belgen zijn na de 1ste wereldoorlog teruggegaan naar hun eigen land. Als wij iets geven voor een goed doel, houden we altijd voldoende over voor onszelf , ons gezin, ons pensioen en voor alle geneugten waaraan we gewend zijn. We maken bij ons geven vast en zeker een voorbehoud; we willen graag weten wat er met onze  gift gebeurt.

Er zijn idealisten die wel heel ver gaan in hun gastvrijheid en vrijgevigheid: mensen zoals Franciscus van Assië of moeder Theresa. Het zijn onze boegbeelden. Toch was en is er niemand die het haalt bij Gods vrijgevigheid en gastvrijheid zoals Hij naar voren komt in de geschiedenis met mensen. Hij laat het regenen over goede en slechte mensen en houdt de poort open naar iedereen, zonder voorbehoud.   Dat is de soort vrijgevigheid en gastvrijheid die de evangelisten als het ideaal voorstellen. In het verhaal van ingehuurde arbeiders kregen degenen die kort hadden gewerkt evenveel als degenen die de hele dag waren bezig geweest. Bij het verhaal van de maaltijd in een woestenij leverde iedereen zijn meegebrachte broden in en degenen die niets hadden ingeleverd kregen evenveel te eten als zij die grote porties bij zich hadden gehad. Jezus stelt ons voor naar dit voorbeeld te leven.

Heel even komt het bij ons op om te bemerken dat het voor de Almachtige, die in wezen over alles beschikt en dus oneindig veel heeft, dat het voor Hem van zo'n overvloed makkelijk geven is. Maar we weten maar al te goed dat mensen met een groot huis en veel bezit lang niet tegelijk de grote gevers zijn.

Als Jezus ons Gods groothartigheid ten voorbeeld stelt, vraagt Hij dan aan ons om in die mate hetzelfde te doen? Betekent dat een oproep om elk voorbehoud terzijde schuiven? Betekent dit dat we alle eerder aangegane verplichtingen maar moeten vergeten, de grenzen open stellen voor iedereen, die het hier beter denkt te hebben dan in het eigen land? Degene die het zo wil interpreteren en beleven mag dat gerust doen, maar Jezus was reëler in zijn idealen en zijn verwachtingen voor de gewone medeburger.

De verhalen en gelijkenissen, ook die van vandaag, vragen om een eerlijke bezinning. Als de gemiddelde Nederlander vrijgevig is dan is dat het gemiddelde tussen de zeer vrijgevigen en degenen die steeds de hand stijf op de knip houden. Enige bezinning kan ons doen weten of we tenminste dat gemiddelde halen. Of  kerkse mensen beter voor de dag komen dan niet-kerksen is nog geen uitgemaakte zaak.

En dan die gastvrijheid. Vanaf de jaren vijftig hebben we honderd duizenden buitenlandse arbeiders binnengehaald en nu zetten we mensen op straat wier vluchtverhaal we vijf tot tien jaar in overweging hebben genomen. Inmiddels spreken hun kinderen alleen maar Nederlands en hebben soms geen enkele weet meer van het land waar hun ouders vandaan komen. Natuurlijk, de beslissingen liggen bij de politiek, maar ook gedeeltelijk bij ons allen, bij de manier waarop we over deze gasten spreken bij de koffie, de thee of een potje bier. Zijn wijzelf nog steeds waardige nazaten van dat eens om haar gastvrijheid zo hooggeprezen volk?

Er zal vandaag niemand ons persoonlijk vragen wat voor denkbeelden en vooral daden wij koesteren met betrekking tot gastvrijheid en vrijgevigheid. Jezus Christus vraagt het ons in stilte; het antwoord mag ook stil gegeven worden. Onder Jezus' volgelingen zijn er vanouds heel wat stille gevers en gastvrijen geweest. Moge het zo blijven.