Op onze kosten (1996)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

WONDERLIJKE PICNICK

Het verhaal over die wonderlijke picknick op een met gras begroeide helling langs het meer van Galilea, waar meer voedsel overbleef dan er was uitgedeeld, het wordt al tweeduizend jaar met vertedering verder verteld. Soms is het opgevat als de verslaggeving van een paranormale of bovennatuurlijke gebeurtenis, soms als een symbool van de eucharistie, dan weer als het verhaal over een visioen, een vurig verlangen of als een goddelijke opdracht. Maar hoe het ook begrepen is, in alle gevallen heeft dat beeld indruk gemaakt, die idylle van mensen met hun kwalen die Jezus' medeleven opwekken en hun schamele bezit delen met elkaar; en zo Gods zegen over zich afroepen. Het verhaal is bijna tweeduizend jaar in onze Europese cultuur en ver daarbuiten verteld. Het is geschilderd en gebeeldhouwd in onze kathedralen, vertaald in duizend talen van de wereld; het is meegegaan naar exotische volkeren op koopvaardijschepen die op de terugweg slaven meevoerden en goud.

ONMACHTIG VERHAAL

Het verhaal heeft niet kunnen verhinderen dat er klassen ontstonden; lijfeigenen en adel, rijken en armen, minima en maxima. Het heeft niet kunnen verhinderen dat in onze dagen miljoenen mensen tekort lijden en dat wij leven op een eiland van overvloed. Bestaat het verlangen nog om de rijkdommen van de aarde eerlijk delen en zo Gods zegen af te roepen?

OP KOSTEN VAN DE BEDELAAR

Ik herinner mij het verhaal over een bedelaar die elke zondag aan de kerkdeur zat. Bij het uitgaan van de mis ontving hij van een rijke inwoner van die stad elke week tien gulden. Op een zekere zondag moet hij genoegen nemen met f 7,50. De bedelaar slikt het, maar als het jaar daarop de rijke hem f 5,- geeft, dan kijkt hij hem aan en vraagt: "Mijn Heer, ik kreeg vroeger f 10,-, wat heb ik u misdaan?" De rijke schudt meewarig met zijn hoofd. "Ik heb vijf kinderen en die kosten me veel geld. Deze week is ook de tweede gaan studeren!" "Wat!", roept de verbaasde bedelaar, "u laat ze allemaal studeren op mijn kosten?" Dezelfde strekking zit in een uitspraak van bisschop Ambrosius uit de vierde eeuw: "Als gij geeft aan de armen, geeft ge niet van uw bezit maar van zijn bezit."

DE AARDE ALS SCHEPPING

Dat besef is de kern van ons geloof in de Schepper. Het is moeilijk uit te drukken wat we bedoelen met woorden als "scheppen" en "Schepper", maar het moet iets te maken hebben met een diep geworteld gewetens-oordeel: deze aarde is niet ons eigendom, ze is niet onderworpen aan onze willekeur. Er is een hogere samenhang waaraan wij zelf onderworpen zijn. Deze aarde een tijdelijk oord is; we zijn er te gast. De vruchten van de aarde zijn ons geleend. Het verhaal van de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging bespeelt deze diep religieuze gevoelens. Ondanks de kloof tussen arm en rijk, ondanks de schijn dat moderne mensen alleen voor zichzelf opkomen en dat het ontbreekt aan saamhorigheid, ondanks alles geloof ik dat deze gevoelens nog leven. Als je ieder mens persoonlijk hierop zou bevragen, zou je zeker de bereidheid horen om het dagelijks brood wereldwijd te delen. "Alleen", zouden de meeste mensen zeggen, "moet wel iedereen meedoen, niet alleen Nederlanders, maar ook Amerikanen en Fransen." En ook, zou men zeggen, moet wat je geeft ook werkelijk bij die arme terecht komen en het moet zijn problemen ook echt oplossen. Bij de meeste mensen bestaat wel degelijk een gevoel van schaamte omdat wij in zo'n enorme overdaad leven. Het ontbreekt ons vooral aan techniek om effectief te delen. Ik denk dat dit iets is voor politici, voor een christelijke her-ijking van ons beleid: iets concreets doen met het alom aanwezige gevoel dat de goederen van deze aarde aan iedereen toebehoren, dat de wereld een godsgeschenk is. Na de maaltijd werd het overgeblevene opgehaald. Dat was niet vanwege het milieu. Het was uit eerbied voor brood; er was een heilige plicht om niets te verkwisten. Dus laten we het opnieuw klinken vandaag, dit verhaal, opdat het opnieuw ons geweten aanspreekt. De wereld heeft het harder nodig dan ooit.

SAMEN SPELEN

Beste kinderen. Stijn zat met een dikke pruillip te mopperen. Je hoorde hem ontevreden praten maar je kon hem niet verstaan. "Wat is er Stijn?" vroeg zijn moeder. "Niemand wil met me spelen!", zei Stijn boos. "Bel Arno dan op!", stelde moeder voor. "Arno wil niet." "Bel Daan dan!" "Daan wil ook niet." Dat is raar, zei moeder, Daan zit buiten op de stoep; die vereelt zich. Voordat Stijn haar kon tegenhouden was moeder al naar buiten gestapt. "Wil je met Stijn spelen vroeg ze." Achter haar rug hoorde moeder hoe Stijn in een draf naar zijn slaapkamer rende. Daan begon te vertellen. "We spelen niet meer met Stijn", stelde hij rustig vast. "Stijn wil nooit dat wij aan zijn autootjes komen. Hij wil alles alleen zelf doen. En nou willen wij niet meer met Stijn spelen." Moeder begreep het. Stijn had het soms een beetje moeilijk om te delen. Vooral nieuw speelgoed kon hij niet goed met zijn vriendjes delen. Dat is heel vervelend, want als je niet kunt delen, dan blijf je alleen. Boven lag Stijn op bed. Moeder zei: "Daan wil best graag met je spelen. Hij vraagt alleen welk autootjes hij dan mag hebben." Daar hoefde Stijn niet lang over te denken. "Hij mag ze allemaal" zei hij blij. Maar hij voegde daar snel aan toe: "Alleen niet die groene politie-auto." Alleen als je kunt delen kun je gelukkig worden.