Wonderbare spijziging (2011)

In het Duits bestaat er een zegswijze die luidt: "Der Mensch ist was er isst". De mens is wat hij eet, betekent het. Dat eten kunnen we heel breed verstaan. Heel letterlijk: als je ongezond eet –bespoten groente, kiloknallers, veel suiker en vet- dan moet je niet verbaasd zijn dat je eerder ziek wordt. Maar je kunt het ook figuurlijk opvatten: als je je huis goed opruimt en mooi inricht, dan heb je eerder een opgeruimd en vrolijk gemoed. En ook andersom: als je veel luistert naar mensen die vervuld zijn van angst en haat, ten aanzien van moslims bijvoorbeeld, dan wordt je gemakkelijker zelf ook iemand die maar een hoofddoek hoeft te zien of hij voelt zich aangetast in zijn eigen Nederlandse identiteit. De mens is wat hij eet. Wat je eet met je mond, wat je tot je neemt, wat je doelbewust opzoekt met je ogen, met je oren; het heeft een grote invloed op hoe je je ontwikkelt, op wie je bent en hoe je je voelt. De Noor Anders Breivik voedde zich met haattaal, onder andere uit Nederland. Uiteindelijk zaaide hij dood en verderf en zag het als een goede daad. Hoever kan een mens vallen... Maar ook: hoe groot kan iemands liefde en hoop zijn; bijvoorbeeld van de president van Noorwegen, die zegt dat het Noorse volk er alleen maar sterker uit kan komen.

Dit verschijnsel, dat de mens is wat hij eet, is van alle tijden. Ook Jesaja, die in de achtste eeuw voor Christus leefde, kende dat al. Hij ziet mensen die hard werken en rijk worden. Maar velen van hen zijn niet gelukkig. Met name als ze denken dat hun rijkdom ook de verlangens van de ziel kan vervullen. Maar nee, voor de ziel is het brood van de rijkdom als steen. Jesaja zegt al, in zijn tijd: zelfs als je geen geld hebt kun je werkelijk voedsel vinden dat je ziel vervult. Je ziel wordt vervuld als je leert luisteren naar wat het Woord van God je ingeeft. Het Woord van God die liefde is, die rechtvaardigheid is en vrede. Wij zijn vanmorgen hier bijeen om ons te voeden met dat Woord.

We voeden ons ook met het brood uit de hemel. Het evangelie van vandaag gaat ook over dat brood. Dit evangelie wordt verkeerd begrepen als we denken dat Jezus een soort tovenaar is, die het ene brood na het andere uit de hoge hoed haalt. Het is ongetwijfeld zo geweest dat Jezus bijzondere krachten had; krachten die we misschien in onze tijd paranormale vermogens zouden noemen. Maar het verhaal over de vijf broden en de twee vissen gaat over iets anders. Dat wordt duidelijk als we ook kijken naar wat er vlak daarvoor wordt verteld. Bij Matteüs staat hiervoor het verhaal over een feest dat koning Herodus gaf. Herodus geniet van de dans van zijn dochter, en belooft haar onder ede dat zij alles mag vragen wat ze wil. Haar moeder hitst haar op om het hoofd van Johannes de Doper te vragen, die in de gevangenis zit. Zeer tegen zijn zin laat Herodus, om zijn belofte tegenover zijn dochter gestand te doen, Johannes onthoofden. Een mooi feestmaal..... Er kleeft bloed aan, bloed vanuit haat. Hoe groot is het contrast met de maaltijd die Jezus aanricht.

Jezus wilde zich eigenlijk, na het bericht over de dood van geestverwant Johannes, in stilte terugtrekken om de klap te verwerken. Maar hij ziet dat er steeds meer mensen naar hem toekomen. Hij voelt een diepe compassie voor hen. En er gebeurt iets tussen hen waarvoor woorden gebruikt worden die we ook in elke eucharistie horen: Jezus neemt brood, slaat zijn ogen ten hemel, zegent het brood en deelt het uit. Het verhaal over de spijziging is een symbolisch verhaal; het wil in beelden uitleggen wat moeilijk in andere bewoordingen is uit te leggen. Leg maar eens zonder beeldspraak uit dat de liefde van God aanstekelijk is, gemeenschap sticht en de ziel ten diepste vervult. Dat gaat niet; dat is zo'n fundamentele ervaring dat je niet anders kunt dan naar beelden zoeken. De evangelisten Marcus en Matteüs vinden die beelden in de joodse bijbel, waar op verschillende plaatsen sprake is van spijzigingswonderen. Het wonder waar het verhaal over gaat kan ook in ons midden en diep in ons hart gebeuren, vandaag, in dit uur. Eigenlijk hoort dit verhaal in een eucharistieviering. Want daar heb je niet alleen de communie maar ook de offerande en de consecratie. Die twee rituelen zijn belangrijk om te beseffen waar het bij het delen en eten van dit brood om gaat. Bij de offerande dragen we met brood en wijn heel ons bestaan aan God op; heel ons bestaan, dus inclusief onze zorg en onze pijn, ons verdriet en onze angst. Heel ons rijke maar ook o zo kwetsbare bestaan. Rijk en kwetsbaar als de aardse Jezus zelf. In de consecratie vormt God die gaven om tot lichaam en bloed van zijn verrezen Zoon. Bij de communie worden we als het ware aan onszelf teruggegeven. We blijven de kwetsbare wezens die we zijn. Maar diep in ons wordt de overtuiging gevoed dat God ons liefheeft, dat God ons draagt, dat heilige Geest, de geest van Gods liefde, ons troost, ons bemoedigt, ons omvormt tot een man of vrouw die werkelijk lief durft te hebben. Moge iets van die wonderlijke omvorming van ieder van ons en van ons samen voelbaar zijn, elke keer als we hier samenkomen. De mens is wat hij eet. Moge het samen te communie gaan ons maken tot kinderen van God.