18° Zondag A (2011)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 419 niet laden
Wij weten, dierbare gasten en parochianen: op dit moment is er hongersnood in de Hoorn van Afrika, in de op het Arabisch schiereiland gerichte punt van dat werelddeel, in de landen Somalië, Kenia en Ethiopië. Hoe is dat: honger hebben, sterven van de honger, of erger nog: je kίnd zien sterven van de honger en dan horen, in de bijbel, in de heilige schrift: "Gij (dat is: God) geeft (...) te rechter tijd (dat is: op tijd) spijs (eten). Gij opent uw hand voor alles wat leeft, voldoet aan al hun verlangens." Wij hoorden die woorden zoëven in de honderdvijfenveertigste psalm. En ze klinken cru, in deze omstandigheden. En je denkt dan: het is niet waar, dat is gelogen ... Want mensen in de Hoorn van Afrika, kinderen ook speciaal: ze gaan dood van de honger. Er zijn hulpacties. We mogen weer storten op giro 555 van de samenwerkende hulporganisaties. Maar voor veel mensen komt de hulp te laat. Een pijnlijk, een niet te verdragen gegeven. Je zou het maar zijn. Het zou je kind maar zijn. Honger in de wereld, ook ik 2011. Het is en blijft de grootste aanklacht die mensen tegen de hemel kunnen richten: Hoe kun Jij daarboven (ja, want zo denken en spreken wij dan toch in dit verband, zo stellen we het ons ruimtelijk toch voor), hoe kun Jij daarboven, als je er bent, als je bestaat, hoe kun Jij dit dan toelaten? Hoe kun je het laten gebeuren?

Wij, dierbare gasten en parochianen, wij leven niet in Afrika. Wij beleven het niet zelf. Maar we weten ervan. En we zien het, dankzij de verrekijk, wél gebeuren. Het maakt je sprakeloos. Het doet pijn. En mensen voelen zich altijd weer schuldig, zeker als wij vandaag hier horen, uit Jezus' mond, de woorden: "Geven jullie hun maar te eten". Dan denken wij, net als Jezus' leerlingen destijds: dat kunnen wij niet, daarvoor hebben wij niet genoeg in huis, daarvoor hebben wij niet genoeg eten bij ons, daarvoor hebben wij niet genoeg mogelijkheden, niet genoeg geld. Allemaal argumenten. Allemaal bezwaren. En Hij, Jezus, die ons dan ook vandaag natuurlijk probeert duidelijk te maken dat het zó niet werkt, dat het inderdaad zó niet wérkt, dat Hίj zo niet werkt:

Als wij, als jij je concentreert op je eigen onvermogen in verband met allerlei huizenhoge problemen die je kunt ervaren in deze, in jouw, in onze wereld, bijvoorbeeld of met náme op dit moment in verband met de honger in Afrika; als wij ons, als jij je in dat verband concentreert op je onvermogen, inderdáad, dan gebeurt er niets. En dan verandert er niets. Dan sterven mensen van de honger en dan gaat de wereld ten onder.

Nodig is dat echter niet. Je kunt wel iets doen. De beperkte of zelfs schamele middelen die je hebt, die jou ter beschikking staan, daar kun je wel degelijk iets mee. Die zijn het begin. Wat is het geweldig dat die hulporganisaties samenwerken. Wat is het geweldig dat giro 555 bestaat. Wat is het goed dat je daar op mag storten elke keer als je geraakt wordt, elke keer als je jezelf durft te láten raken door wat er gebeurt in Afrika. Al zijn het maar een paar euro's per keer. Geloven in het wonder. Er aan bijdragen. Mogelijk maken, mede mogelijk maken, dat het wonder gebeurt. Ja, je kunt wél wat. Jou kleine beetje maakt het verschil, een essentieel verschil. Met jou kleine beetje kun je al die mensen te eten geven.

Waar Christus is, is overvloed. Daar bestaat geen tekort. Te kort, te weinig: dat heeft een christen niet. Een christen leeft vanuit Christus' overvloed. Die overvloed van Christus, daarvan is de christen het instrument. Het werkt, Hij werkt, in en door ons. Hij werkt óók in en door ons. "Gij geeft hun te rechter tijd spijs. Gij opent uw hand voor alles wat leeft, voldoet aan al hun verlangens." Als ik stort op giro 555, dan maak ίk dat waar. Dat kan ik. Dat ligt in mijn macht. En toch blaast ook op het moment dat ik deze woorden uitspreek in de Hoorn van Afrika misschien een hongerend kind de laatste adem uit. Dát kind wordt door mijn woorden en mijn daden, door mijn bijdrage op giro 555, dus duidelijk niet meer gered. Nee. Maar luisteren wij dán nog eenmaal naar de woorden van de apostel Paulus vandaag in de tweede lezing: "Broeders en zusters, wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? (...) Honger? (...)" Nee! Daarover "zegevieren wij glansrijk, dank zij Hem die ons heeft liefgehad". "Ik ben ervan overtuigd", zegt Paulus, "dat ook de hongerdood" mogen wij parafraserend, hoe schokkend het ook klinkt, maar tóch rustig zeggen; "ik ben ervan overtuigd dat ook de hongerdood ons niet zal kunnen scheiden van de liefde Gods, die is in Christus Jezus onze Heer." In 2011 sterven kinderen van de honger. Het is godgeklaagd. Nochtans gebeurt het wonder. Giro 555. En alle gestorvenen: niemand en niets scheidt ze van de liefde Gods, die is in Christus Jezus onze Heer. Amen.