Evangelieprikje 2014

De meesten onder ons herinneren zich waarschijnlijk de reclameslogan “op een dag vind je de job van je leven”. Die job van je leven kan je dan wel gelukkig maken, als iemand je vertelt dat hij of zij de man of vrouw van zijn of haar leven gevonden heeft, dan weet je dat dit nog veel dieper gaat. Zoals in de meeste dingen in het leven zijn er ook gradaties in verliefdheid en in liefde, maar als je echt de man of vrouw van je leven gevonden hebt, dan zou je met plezier de rest opgeven om bij die persoon te kunnen zijn. Waarom? Omdat je in staat lijkt de hele wereld aan te kunnen als je bij die persoon bent. Van dezelfde orde is het koninkrijk der hemelen volgens Jezus. Hij heeft die kostbare schat in zijn eigen leven mogen ontdekken en heeft zijn oude leven achtergelaten om zich helemaal te geven aan dat koninkrijk der hemelen. Hetzelfde kan gezegd worden van zijn leerlingen die ook alles achterlieten om Hem te volgen. Ook voor Jezus waren er al mannen en vrouwen die hun leven totaal omgekeerd hebben om het koninkrijk der hemelen mee gestalte te helpen geven. Goddank zijn er na Jezus en zijn leerlingen altijd weer mensen geweest – vaak zijn ze verheven tot heiligen – die ook braken met alles om te leven voor het koninkrijk. Moeten we dan allemaal heiligen worden die breken met het leven dat ze leefden? Neen, uiteraard niet, maar misschien is deze parabel wel een uitnodiging om eens na te denken over hoe waardevol, hoe kostbaar we ons geloof vinden en wat we daar eigenlijk voor over hebben. Is ons geloof nog een vreugde? Sommige gelovigen lijken hun geloof als een zwaar te tornen last te dragen. Is dat geloof dan een zware last? Neen, eigenlijk niet, wie echt naar de kern van het evangelie gaat zal er bevrijding vinden, zal beseffen dat – wat er ook gebeurt – er altijd een God is die ons door het leven wil dragen. Dat is geen last, dat is een vreugde. De last komt er maar als we denken dat wij – en wij alleen – er moeten voor zorgen dat het geloof niet achteruit gaat in de statistieken, als wij denken het leed van de ganse wereld te moeten dragen, als we ons moeten houden aan alle regeltjes van de Kerk , als … allemaal dingen die we niet in het evangelie terugvinden. Geloven is volgens het evangelie antwoorden op het geloof van God in ons. Zo eenvoudig kan het zijn … Eens je die schat ontdekt hebt in je leven, zal je inderdaad veel zaken kunnen loslaten omdat ze toch niet zo belangrijk zijn als anderen of de reclame ons willen doen geloven. Wie doordrongen is van dit goede nieuws, zal anders leven en wordt zo een levende heenwijzing naar dat goede nieuws. Meer inspanningen worden van ons niet verwacht dan gewoon vanuit die liefde, dat basisvertrouwen dat God in ons heeft, te leven. Die kostbare schat of die kostbare parel worden je soms zomaar in de schoot geworpen, anderen vinden het pas na lang zoeken. Ieder mag op zijn manier en op zijn tempo geloven. We hoeven dat niet te forceren.

Als we dan die schat of die parel gevonden hebben, loert het risico dat we willen dat iedereen die schat of parel in zijn leven mag hebben. Risico, want je geloof delen is op zich positief. Als je echt vreugde gevonden hebt in het evangelie, hoef je daar zelfs niet veel voor te doen: je zal het uitstralen! Het wordt gevaarlijk als we geloven als een criterium gaan zien. Dan wordt de wereld opgedeeld in gelovigen en ongelovigen, goeden en slechten. Dat gebeurt meestal als we fanatiek worden in ons geloven. Voorbeelden van hoe fot het kan lopen met godsdienstige fanatisme zien we bijna dagelijks op het nieuws. De volgende gelijkenis wil ons daarvoor waarschuwen, net als de gelijkenis van het onkruid van vorige week. Het is niet aan ons om wat in het visnet ligt te gaan sorteren, engelen zullen dat wel komen doen.  Alweer een last die van onze schouders valt.