SCHATGRAVER (2011)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

PIRATEN

Verleden jaar sprak een fietser met een enorme telelens me aan in de buurt van ‘t Brook. Hij zoomde in op de betonnen paaltjes die daar na de sloop van de Dammerich  zijn blijven staan. Hij vroeg me: ‘Kunt u zeggen of dit de overblijfselen zijn van de Romeinse Villa in Voerendaal?’ Ik had niets liever gedaan dan met hem meegaan naar de Steinweg om daar te graven. Een diepe kuil graven en een schat vinden, dàt zou je moeten doen! Fantasieën over diepe gaten graven en geheimen vinden, had ik als kind al toen mijn vader ons een stukje tuin toewees om te verzorgen. En toen ik een jaar of tien geleden in Holwerd de veerboot naar Ameland opliep ontroerde een kind me dat bij zijn vader op de schouders zat. ‘Waar gaan we naar toe?’, vroeg de jongen. ‘De boot op!’ ‘Waarom?’ ‘Omdat we naar een eiland gaan.’ Even was de jongen stil en riep toen verrukt: ‘zijn daar ook schatten? ...En piraten?’
‘Het koninkrijk der hemelen is een schat die verborgen ligt in de aarde...’ Ik hoor het Jezus vertellen en zijn verhaal roept jongensdromen wakker over zeerovers, stranden en met ijzerbeslagen kisten vol gouden munten. In 2008 vond iemand bij Amby een Keltische zilverschap uit de eerste eeuw, vlak langs de weg waar ik nogal eens met de fiets kom. Zo’n bericht in de krant opent de deur naar de verbeelding van onze eerste levensjaren.


HET WONDER ERVAREN

Elders vergelijkt Jezus het Koninkrijk van God met een graankorrel of een bruiloft. Dat zijn ook mooie dingen, maar je maakt het vaker mee, het lijkt zo binnen handbereik. Maar een schat vinden, de wereld afreizen voor bijzondere parels, dat zijn spannende avonturen. Een schat vinden is de droom van een kind dat gelooft dat er  wonderen kunnen gebeuren, direct om de hoek! Dat daar een molenaarszoon loopt met de sleutels op zak van een droompaleis; dat in de kortste zomernacht bij de sloot een kikker als prins ontwaakt; en dat een poetsmeisje een koningsdochter wordt. Als kind kenden wij geen gewone, alledaagse wereld. Een ‘gewone’ wereld bestaat ook niet. Zij is de illusie van de sleur. Oorspronkelijk werd alles als wonder ervaren. Voor een kind is het koninkrijk geen lieve vrede, niet een beetje gerechtigheid hier en daar, niet de goede bedoeling van een paar stumperds, maar de totale liefde die zich over de aarde ontfermt en overal vrede sticht en brood deelt.
Jezus had dezelfde jongensdroom over het vinden van een schat. Hij heeft er zelf nooit een gevonden! Maar toen hij ontdekte wat het koninkrijk van God is, toen kwam de herkenning: het was even meeslepend en opwindend als de stoutste droom van een piraat!


GROOTS EN MEESLEPEND

Mij spreekt dit beeld ontzettend aan. Het maakt me duidelijk hoe vol Jezus van zijn vondst was. Hij had werkelijk de hand van God gezien achter alles en allen. Hij was gegrepen door die visie op een wijze waar ik slechts jaloers op kan zijn.
Wat vertelt de parabel mij?
Op de eerste plaats: als ik een glimp opvang het rijk van God dan verandert dat mijn leven. Het is zo heerlijk dat ik er al het andere voor laat liggen. Het mag zijn dat wij maar kleine splinter daarvan tegenkomen, dat ons geloof vaak maar een vermoeden is, maar Gods rijk is niet klein en niet burgerlijk. Het is overweldigend.
Op de tweede plaats: het Godsrijk is niet zomaar ergens voorhanden. Het vraagt een hoop werk! Ik moet keuzes maken, ik moet uit een sleepnet goede en verkeerde vissen uitzoeken, ik moet als een huisvader die de zolder opruimt, de kostbare voorwerpen tussen het versleten spul uithalen.
We hebben een schat ontdekt, of we hebben een gerucht opgevangen over een schat, of we hebben muntjes gevonden die duiden op de aanwezigheid van een schat..., maar het rijk van God is groot en imponerend; er worden helden uit geboren en wereldhervormers, wonderdoeners en weldoeners.


JUFFROUW DONZEBLOM

Lieve kinderen. Eindelijk was de droom van Roze-mijn in vervulling gegaan. Na 146 nachtjes slapen - en wakker liggen! -, had ze op haar verjaardag een poesje gekregen, een schattig jong katje. Voorzichtig nam Rozemijn haar katje in de arm en zei met haar liefste stem: ‘Zo, voortaan heet jij Juffrouw Donzeblom!’ ‘Wat?’ riep mama geschrokken, ‘wat zeg je nou?’ Rozemijn herhaalde plechtig: ‘Juffrouw Donzeblom. Wen er maar aan!’ ‘En ik heet Rozemijn, aangenaam!’ Juffrouw Donzeblom miauwde zachtjes, dus dat zat wel snor! Rozemijn zette het katje in de nieuwe kattenbak en een kommetje voer aan het andere eind van de kamer. De poes rende meteen uit de bak naar het voer. Rozemijn werd zenuwachtig. Hoe kreeg ze Juffrouw Donzeblom zindelijk? En wat moest ze doen als ze ziek werd of niet meer uit een boom durfde klimmen of weg zou lopen. Nu de poes er eindelijk was leek het een stuk moeilijker dan toen ze er alleen van droomde. ‘Mamma?’ ‘Ja schat?’ ‘Mag ik nòg een cadeautje voor mijn verjaardag?’ ‘Maar lief kind, is een poesje met kattenbak niet genoeg voor één verjaardag? Ik was vroeger al blij met één haarspeldje! Ik had je toch gezegd: denk goed na voordat je aan een huisdier begint!’ Rozemijn zuchtte. ‘Ik wou nog graag een boek over katjes. Hoe ze zindelijk worden en wanneer je naar de dokter moet. Juffrouw Donzeblom mag niet doodgaan op mijn kamer!’ ‘Tuurlijk meid! Omdat je goed voor haar wil zorgen, daarom krijg je een extra cadeau. We gaan het vanmiddag halen. Donzeblom zal hier gelukkig zijn.’ ‘Juffrouw Donzeblom dan wel!’, verbeterde Rozemijn.