Onkruid

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
God is met ons begaan. De wereld gaat Hem ter harte. Toch is het vaak niet duidelijk hoe Hij te werk gaat. Jezus Christus is gekomen om het Rijk Gods te stichten en ons te verlossen, maar de wereld ziet er al bij al niet erg verlost uit. Hoe gaat God met ons om?

Op dergelijke vragen trachten de parabels te antwoorden. De grote lijn is duidelijk: God werkt niet zoals wij, mensen, dat zouden doen als wij God zouden zijn! Denk aan de parabel van de zaaier. Wij zouden zeggen: ploeg eerst dat veld, zaai niet op de straatstenen en zorg ervoor dat alle zaad kan kiemen en vruchten voortbrengen. Als blijkt dat tussen de tarwe ook onkruid opschiet, dan moet er gewied worden. Dat doet toch iedere boer of tuinier!

Parabels zijn echter geen lesjes in land- en tuinbouw. De beelden komen wel uit die wereld, maar er worden verhalen mee gemaakt om te zeggen hoe God te werk gaat. Wat valt daarover te leren in die parabel van het onkruid?

Allereerst dit: op Gods akker groeit onkruid. Dat is een vaststelling. Jezus is nuchter genoeg om dat onder ogen te zien. Er gebeurt in de schepping van alles wat niet strookt met de bedoelingen van de Schepper. Dat blijkt duidelijk op de akker van de wereld. Het helpt niet daarvoor je kop in het zand te steken of alles te willen toedekken met goede wil en met de beste bedoelingen.

Maar zoveel is wel zeker: dat onkruid komt niet van God. De zaaier heeft goed zaad gezaaid. Toegegeven, de akker lag er niet al te best bij. Maar onkruid is nog wat anders dan slechte grond. Het wordt door een andere zaaier op het veld gegooid. 'Een vijandig mens heeft dat gedaan,' zegt Jezus. Er zijn tegenkrachten aan het werk. Het Rijk Gods stoot op onwil, verzet, haat en verblinding. Tegen God leeft harde weerstand. Jezus zegt niet waarom dat zo is. Hij stelt het gewoon vast.

De verrassende wending komt wanneer de knechten hun diensten aanbieden om te gaan wieden. Blijkbaar zijn er handen genoeg om het tij te keren. Maar de eigenaar weigert. Met het onkruid zou immers ook de tarwe uitgetrokken kunnen worden. Om alle tarwehalmen de kans tot groeien te geven, laat de eigenaar het onkruid mee opschieten. Misschien zullen de tarwehalmen het zelf ook hinderlijk vinden dat er onkruid met ze meegroeit. Daarmee moeten ze dan maar leven. Pas wanneer de tijd van de oogst aanbreekt, zal het on¬kruid van de tarwe gescheiden worden.

De parabel wordt begrijpelijker als we beseffen dat tarwe en onkruid opschieten in... onszelf. Ik citeer het gebed van een wijze en door veel lijden beproefde priester: 'Gij kent het onkruid dat ik in mij draag. Wil mij toch sparen ter wille van de tarwe van mijn goede wil, want ik begeer met hart en ziel een minzaam mens en welgevallig in uw oog te zijn. Als ik in doornen ben verstrikt, zal ik vol vertrouwen wachten tot Gij komt en mijn gekwetste leven op uw schouders neemt. In U geloof ik, Herder van de schapen.'