Vriend van de mensen

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
In Amerika is men steeds oorlog aan het voeren. Het gaat daarbij niet alleen maar om zich te beschermen tegen politieke vijanden of tegen het wereldcommunisme, waarvoor de meeste Amerikanen nog steeds zo benauwd zijn. Het gaat ook om andere zaken. Er is een oorlog tegen vruchtafdrijvingen, maar vooral tegen verdovende middelen. Gedurende de laatste twee jaar zijn er in een stad als Washington (met ongeveer 850.000 inwoners) in soms formele straatgevechten meer dan 2000 slachtoffers gevallen. Doodgeschoten door de politie of doodgeschoten door elkaar.

Die oorlogsidee heeft iets te maken met een oude apocalyptische gedachte. Een van de gevaarlijkste aspecten van Reagans regeringsperiode was dat hij verschillende malen zei dat hij in Armageddon, de mythische laatste veldslag geloofde. Volgens die mythe zal er eens in het Midden-Oosten een oorlog uitbarsten, waarin de hemel zich zal openen en de ‘goeden' in deze wereld met hemelse bijstand de ‘slechten' definitief zullen vernietigen, en dan begint het eindrijk. Dat Reagan meende bij de ‘goeden' te behoren was duidelijk, want hij zei van Rusland dat het een duivels rijk was. Deze ideeën gaan terug op allerhande heel oude apocalyptische verwachtingen, waarin het uiteindelijke koninkrijk van God van buitenaf zal komen, en dan met donderend geweld.

Jezus zet daar een heel andere werkelijkheid tegenover. Het koninkrijk van God is als de groeikracht van een mosterdzaadje, het is als de desemkracht van wat gist. Het is geen van buitenafkomend geweld dat zal winnen, maar de zachte kracht waarover ook de tekst uit het boek Wijsheid spreekt. Het kleine mosterdzaadje, dat zo klein lijkt, groeit met haar wortels de aarde, en met haar takken het luchtruim in. Het beetje gist doordesemt het hele brood, dat anders bijna onverteerbaar en zwaar zou blijven. Energieën die zo miniem lijken, dynamieken die bijna onmerkbaar zijn, blijken - al groeiend - geweldige krachtbronnen te zijn.

Soms is het alsof de voornaamste dingen alleen maar buiten ons gebeuren. Soms is het alsof alles ons van buitenaf overkomt. In deze twee beelden wil Jezus ons duidelijk maken dat dit niet het geval is. De groei komt van binnenuit. De groei is samen met ons ‘ge¬geven'. Wat van buiten komt is opgelegd, en daarom eigenlijk niet eigen en vreemd.

Voor velen lijkt de kracht van een zaadje en de kracht van gist op niets. Voor velen lijkt ook de kracht van de geest op niets. Jezus stelt ons voorop die innerlijke energie te vertrouwen. Het koninkrijk van God begint met iets dat persoonlijk aan een ieder gegeven is. Het is een hier-en-nu, en tegelijkertijd is het iets dat in de toekomst pas zijn volle wasdom zal vinden.

Jezus is zo inderdaad 'de vriend van de mensen' uit de Wijsheidstekst. Je kunt dat merken aan zijn inclusiviteit in zijn parabels en verhalen. Niet alleen maar omdat hij ons allen de tijd geeft om het kwaad te overgroeien voor de oogst begint, en de eindtijd aanbreekt. Maar ook doordat hij, op een manier die wij nu langzamerhand zelf ook beginnen te begrijpen en toe te passen, inclusief is als het over het verschil man/vrouw gaat.

Naast de zaaier die uitgaat om te zaaien, is het een vrouw die dat gist door drie maten bloem verwerkt. Je zou - terecht - nog over de rolverdeling kunnen twisten. Maar de mannen en vrouwen die hij toesprak leefden waarschijnlijk in die rolverdeling. Hij zorgt ervoor iedereen toe te spreken, en in het leven van iedereen een metafoor te vinden, om uit te leggen waarin ze betrokken zijn.

Er is nog een heel andere inclusiviteit die we in de tekst aan¬treffen. De aanwezigheid van zoveel onkruid in het bezaaide veld. Het is niet alleen maar een kwestie waar dat vandaan komt. Het is veel meer de vraag: wat doen we er mee? Het antwoord ‘laten staan' is niet de enige verrassing. De reden daarvoor getuigt van een in¬zicht dat ons vaak ontgaat. Jezus zegt dat hij bang is dat met het een, het andere ook geruimd zou worden. Gods levensgeest is in ons, maar de groei ervan zit verstrengeld in heel wat negatiefs. Dat negatieve nu met geweld uit ons weg wieden, is fataal. Het is beter om voorrang te geven aan het doorgroeien van het goede. Daar komt het op aan. Op het einde van ons seizoen zal alleen het goede geoogst en opgeslagen worden.