16e zondag door het jaar A - 2008

Zusters en broeders,

Wie in Toscane geweest is, heeft ze zeker gezien: de prachtige marmeren preekstoelen van vader Nicola en zoon Giovanni Pisano. Twee ervan staan in Pisa, eentje in Siena en een vierde in Pistoia. Ze werden gebeeldhouwd tussen 1255 en 1300, en onveranderlijk steunen ze op zuilen die op hun beurt op leeuwen rusten die een prooi in hun bek hebben. En dan vraag je je af: wat komen die leeuwen hier doen? Hier en in zoveel andere preekstoelen die in de 13e en de 14e eeuw in Toscane in navolging van de Pisano's werden gemaakt? Het antwoord op die vraag is te vinden in de eerste brief van de heilige Petrus. Daar lezen we in hoofdstuk 5, vers 8: ‘Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi.' De duivel wordt dus vergeleken met een moordende leeuw, en dat beeld hebben de Pisano's vereeuwigd: de leeuwen die hun preekstoelen dragen, zijn beeld van de allesverslindende duivel, maar in hun gelovige ogen is die alleen maar goed om het Woord van God te dragen. Dat Woord houdt hem er letterlijk onder, hij wordt er als het ware door verpletterd.

‘Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar prooi.' Petrus, en in zijn spoor de Pisano's, stellen de duivel dus voor als een gevaar dat ons van buiten uit bedreigt. Niet zomaar een gevaar, maar een levensbedreigend gevaar. Ook in de parabel van het zaad in het evangelie van vandaag lijkt Jezus de duivel te zien als een vijand van buiten uit, iemand die onkruid tussen de tarwe zaait. Het kwade is dus iets wat buiten ons ligt, en wat voortdurend probeert ons van de rechte weg af te brengen en ons in het verderf te storten. Dat zou je kunnen afleiden uit deze parabel, maar uit de parabel van de zaaier die we vorige week hoorden, en ook uit andere woorden van Jezus weten we dat het kwade ook in onszelf ligt. In onze onwil of ons onvermogen om het goede te doen, om elkaar lief te hebben, om op te komen voor elkaar.

Maar het kan niet ontkend worden: het kwade is effectief aanwezig in deze wereld. Het grijnst ons toe vanuit de dictaturen in Afrika en elders in de wereld, het bedreigt ons door zijn wreedheid, plunderingen en verkrachtingen in Darfoer, het is moordend in de aanslagen van de moslimfundamentalisten, het overspoelt ons in de armoede van honderden miljoenen mensen, in de hongersnood in vluchtelingenkampen, in ziekte en dood door gebrek aan water, voedsel, medicijnen en hygiëne. En het loopt ook over ons heen in oorlog en burgeroorlog, in de milieuverloedering, in de uitbuiting van arm door rijk en van zwak door sterk, in het totale gebrek aan respect voor mensenrechten en in de onderdrukking van de vrouw in zoveel landen.

Het kwade is een macht die buiten ons staat, een macht waar wij niet tegen opkunnen, of om het met Petrus te zeggen: een brullende leeuw, op zoek naar prooi, en die prooi, dat zijn wij. Of we het willen of niet, het kwade is er en het beïnvloedt ons leven, ons handelen en ons denken. We worden er elke dag mee geconfronteerd, direct of via de media, en we kunnen het niet uitschakelen door ergens een knop om te draaien. Maar tegelijk kunnen we niet ontkennen dat al dat kwade het gevolg is van menselijk handelen. Oorlog en burgeroorlog ontstaan niet vanzelf, ze ontstaan omdat mensen dat willen. Net zoals mensen terrorisme willen, uitbuiting willen, armoede in stand houden, dorpen plunderen en levens vernietigen. En we kunnen evenmin ontkennen dat het kwade ook in onszelf zit, in onze onwil om het goede te doen of in onze onmacht om tegen het kwade in te gaan. Ik twijfel er niet aan dat ieder van ons vol goede voornemens zit, maar een woord te hoog of te laag is dikwijls al voldoende om de stoppen door te laten slaan, om hard te reageren, om mensen de duivel aan te doen. En goede voornemens sterven ook een stille dood als mensen hun auto gebruiken als moordwapen, als getrouwde of samenlevende koppels met de glimlach hun relatie op nul zetten om even tussendoor met iemand anders een pleziertje te beleven. Niemand verplicht hen daartoe, maar ze doen het toch, met als alibi: ‘Ja, wat wil je, ik moet toch niet heiliger zijn dan de paus, hé? En bovendien, iedereen doet het toch?' Nee, niet iedereen doet het, alleen zij die zich laten inpakken door zichzelf. Er is immers niets of niemand die ons dwingt om het goede niet te doen, om niet trouw te zijn en niet eerlijk en niet rechtvaardig en niet barmhartig; En er is ook niemand die ons verbiedt onze naaste lief te hebben en als goede mensen door het leven te gaan.

Zusters en broeders, in 1943 publiceerde de Franse filosoof en schrijver Jean-Paul Sartre een toneelstuk waaruit één slogan duidelijk naar voor kwam, namelijk: ‘L'enfer, c'est les autres', de hel, dat zijn de anderen. Je kunt deze pijnlijke slogan interpreteren zoals je wilt, en je kunt hem ook als alibi gebruiken om jezelf goed te praten. ‘Niet ik ben in fout, maar de anderen, de wereld, mijn vrouw, mijn man, mijn buur, mijn werkgever' en ga zo maar door. En je kunt er ook nog aan toevoegen: ‘Iedereen doet het. Ik moet toch niet heiliger zijn dan de paus, hé'?

Nee, heiliger dan de paus moeten we niet zijn, maar we zijn christenen, dus mensen die in het spoor van Jezus willen te leven. En dat spoor leidt rechtlijnig naar het goede. Vandaag spoort Jezus ons aan erop toe te zien dat we dat goede niet laten overwoekeren door het onkruid dat in de wereld, maar ook in onszelf groeit. Want anders dreigt het goede in ons overwoekerd te worden, en dat kan echt niet de bedoeling zijn. We zijn immers christenen. Amen.