Evangelieprikje (2008)

Poëzie kan prachtig zijn, tenminste voor de mensen die houden van de zogenaamde tweede taal. Echte poëzieschrijvers kunnen onder woorden brengen wat gewone stervelingen als u en ik niet onder woorden kunnen brengen. Maar hoe prachtig en verheven die poëzie ook moge zijn, misschien net daarom, voor de meeste mensen is het te hoog gegrepen. Ook Jezus praat vandaag over dingen die moeilijk onder woorden te brengen zijn,: het Rijk Gods en diens vijanden, de kracht van het Rijk Gods, ... Hij gebruikt daarvoor geen poëzie maar gelijkenissen: als je het Rijk Gods wil begrijpen, kijk dan om je heen en je zal het leren begrijpen.

De eerste vergelijking lijkt eenvoudig, maar is het blijkbaar niet want de leerlingen vragen om uitleg en krijgen die dan ook van Jezus. In die uitleg van de gelijkenis hanteert Jezus de pedagogie van de straf voor wie het niet goed doet, een pedagogiek die ons niet echt meer ligt. We kunnen discussiëren of deze uitleg teruggaat op de historische Jezus, maar dat brengt weinig zoden aan de dijk. Misschien moeten we de gelijkenis gewoon op ons leven leggen. Vinden wij het soms ook niet erg als mensen die niet geloven of erger nog: die spotten met ons, meer geluk hebben dan wij die proberen te geloven? Zou het in een zwak moment niet in ons opkomen dat we die mensen vervloeken? Niet doen, zegt deze parabel, gewoon het Woord zaaien, de oogst dat is voor de Heer. Wij moeten dus geen selecties maken tussen wat goed en kwaad is, God zelf zal dat uiteindelijk wel doen. Wie oren heeft, hij luistere!

De volgende parabel vergelijkt het Rijk Gods met een klein mosterdzaadje. Zelfs uit dit kleinste zaadje kan een kanjer van een boom komen waar vogels zich kunnen komen nestelen. Leggen we ook dit op ons verkondigingswerk in de eenentwintigste eeuw. Wat we doen, is misschien klein, stelt niet veel voor. Toch is het verkeerd te denken dat het daarom ook zinloos is. Ons geloof moet het niet hebben van grote spectaculaire dingen, maar van kleine, eenvoudige dingen. Met kleine, eenvoudige dingen kunnen we getuigen van Gods liefde die in ons leeft en maken we van het gewone iets buitengewoon. Wie oren heeft, hij luistere!

In een volgende gelijkenis wordt het Rijk Gods vergeleken met zuurdesem in een deeg. De hoeveelheid zuurdesem is zeer klein in vergelijking met het deeg. Toch kan dit deeg niet rijzen zonder dit zuurdesem. Wanneer wij als gelovigen getuigen van ons geloof in een samenleving die niet overwegend christelijk meer is, dan maakt het een verschil. De kracht van Gods woord kan ons getuigenis zo krachtig maken dat mensen kunnen opstaan, verrijzen uit hun miserie, zelfs uit de dood.

Welke gelijkenis we ook nemen, het is duidelijk dat God initiatief neemt en op ons rekent om het verkondigingswerk door te zetten. Drie keer steekt Jezus ons een hart onder de riem door te zeggen dat we niet mogen oordelen over ons werk en dat van anderen en ook nooit moeten wanhopen. In deze moeilijke maar daarom ook zeer boeiende tijd voor de Kerk in Vlaanderen, is het belangrijk te luisteren naar deze woorden van de Heer. In de Kerk van vandaag lopen te veel ontmoedigde mensen rond en akkoord, ook zij moeten welkom zijn, maar is het niet typisch voor christenen dat zij nooit ontmoedigd worden omdat ze weten dat God met hen begaan blijft? Ontmoediging is een negatief maar ook krachtig signaal naar de anderen: als christenen er al niet meer in geloven, waarom zouden wij het dan wel doen? We staan voor enorme uitdagingen, we mogen die met een gerust hart aangaan als we ons laten leiden door het evangelie. Dat evangelie, daar draait het om. Belangrijker dan structuren kost wat kost overeind te willen houden die misschien niet meer van deze tijd zijn, is mensen te vertellen dat God hen graag ziet. Om die ontmoediging te lijf te gaan moeten we terug biddende mensen worden die gemeenschap vormen, met of zonder een priester als voorganger. Het belangrijkste is dat er gebeden wordt en dat we elkaar ondersteunen en zo aan de wereld tonen dat wij er wel nog in geloven, dat ons geloof ons kracht geeft om mensen te doen opstaan uit alles wat hen neerdrukt; dat we m.a.w. zuurdesem in het deeg willen zijn. En we zich zorgen maakt over ons getal: te veel zuurdesem laat het deeg overlopen, maar zelfs een kleine hoeveelheid zuurdesem kan het deeg "aantasten"!