16e zondag door het jaar A (2005)

Wil je brandende kwesties van onze tijd op het spoor komen? Kijk naar de onderwerpen die makers van televisieprogramma’s of van films aan de orde stellen. Velen van hen verstaan de kunst om thema’s die ons bezig houden zo te brengen dat we er stil bij blijven staan en dat ons een spiegel wordt voorgehouden.

 

Onlangs begon een film te draaien in de bioscopen over een onderwerp dat tot voor kort alleen interessant was voor geschiedkundigen. De film heet: Kingdom of Heaven, het koninkrijk der hemelen en speelt in de tijd van de Kruistochten.

De held van de film wordt meegetrokken in schermutselingen tussen christelijke ridders en moslimgroeperingen. Hij moet zijn weg zien te vinden tussen idealisten en fanaten aan weerszijden, tussen politici die zich door de realiteit laten bepalen en corrupte boeven aan beide kanten.

De film gaat verder dan de kruistochten simpel af te schilderen als de strijd die God gewild zou hebben, een strijd tussen verschillende culturen en religies of tussen de goede christenen en de het kwaad van de islam, dat zou een onverantwoorde simplificatie zijn. Regisseur Ridley Scott geeft uiting aan zijn overtuiging dat de thema’s die zoveel mensen van onze tijd bezig houdt of slachtoffer doet worden, eeuwenoude thema’s zijn, die nog steeds onbeantwoord zijn omdat zoveel invalshoeken met elkaar verbonden zijn en door elkaar heen lopen.

Het is dezelfde overtuiging die vervat zit in de parabel in het evangelie van vandaag. Goed en kwaad zijn niet zomaar tegenstellingen maar zijn helemaal met elkaar vermengd.

 

Om het evangelie goed te kunnen verstaan eerst iets over de context van Mattheüs.

Als het gaat over tarwe die gezaaid is en over onkruid, moeten we niet denken in termen van onze golvende graanvelden waartussen het onkruid gemakkelijk opvalt. Nee de opbrengst van de velden zouden wij met ‘karig’ hebben beoordeeld en de kwaliteit van het zaaigoed matig. Als dan met veel moeite was ingezaaid op een akker vol rotsen en het gewas groeit op dan bleek er dikwijls ook nog tussen die armetierige tarwe een soort wilde tarwe te groeien die pas goed te onderscheiden was van het goede koren als het al flinks was opgegroeid. Ja als je er dan aan begint te wieden dan gaat ook de goede tarwe eraan……

 

Goed en kwaad bestaan beide, tegelijkertijd en door elkaar heen gemengd,

maar je kunt goed en kwaad wel van elkaar onderscheiden.

De Nieuwe Katechismus heeft er behartenswaardige woorden over gezegd: “Niets voor niets eindigt het Onze Vader met een bede om de verlossing uit het kwaad.

Wie zondigt, zoekt niet het pure kwaad. In iedere zonde zoekt men ook iets dat op zich geen kwaad is.

Wie een ander onrechtvaardig afbekt of vernikst, zoekt misschien een grotere geestelijke levensruimte, wat op zich goed is. Maar hij zoekt deze tegen het recht en de levensruimte van de ander in en dat is kwaad. …

Deze vermenging met iets goeds maakt dat we ons vaak goed kunnen inleven hoe iemand er toe komt. Het is soms een verontschuldiging. Tegelijk blijkt daarin ook juist de verwording... iets waars, iets goeds, iets van God wordt misbruikt. Men kan slechts zondigen met wat goed is in zichzelf…”

Tot zover de Nieuwe Katechismus (1966).

 

Die vermenging van het goede en het kwade, dat ‘men kan slechts zondigen met wat goed is in zichzelf’ maakt het ingewikkeld.

Voor onszelf willen we dat nog wel toegeven, maar voor die daders van de aanslagen in Londen en in Irak? Zou het niet kunnen zijn dat ze denken zo de wil van Allah te volgen, …… ook al hebben ze daar, ook in het oog van de meeste moslims, een verwrongen beeld van…..?

 

Het is een hele kunst om met dat in elkaar vervlochten goed en het kwaad in ons om te gaan.

Is, zoals sommigen beweren, een radicale en niet mis te verstane opstelling niet het beste? De parabel die Jezus vertelt maakt duidelijk dat een radicale gezindheid op zich nog niet zoveel zegt. Hij weet dat zo’n radicaliteit dikwijls ontstaat uit ongeduld ….. en vanuit het beeld dat wij alles snel moeten oplossen.

Jezus heeft de wijsheid om te weten dat je de loop van het leven nodig hebt om onderscheid te leren maken tussen wat echt goed is en echt kwaad. Ik herinner me het verhaal van de vrouw die op overspel was betrapt en dat Jezus zei: wie van u zonder zonde is werpe de eerste steen en ze vertrokken… juist de oudsten het eerst.

 

Ik zou onderscheid willen maken tussen radicalisme en idealisme.

Bij radicalisme, zoals het woord al zegt wil je het kwaad met wortel en al uitroeien maar kan dat wel… loop je dan niet het grote gevaar alleen terug te kijken naar de geschiedenis, puur op jezelf gefixeerd te zijn en op je eigen visie? Radicalisme dat is meer dichtgetimmerd.

Bij idealisme kijkt een mens meer naar de toekomst waarin idealen verwezenlijkt kunnen worden en waarbij meer openheid is voor verrassingen, ook de verrassing van Gods handelen, Gods Geest.

Jezus was meer een idealist in deze betekenis dan een radicaal. De indruk die hij maakte bij de eerste christenen hoorden we in de eerste lezing die Michielbij zijn doop heeft gekozen omdat ze zo duidelijk spreekt over de betekenis van Jezus.

 

Idealen hebben de loop van een mensenleven nodig om zich te ontwikkelen en te bewijzen.

Als voorbeeld: de droom van vrijheid, gelijkheid en broederschap had ook een paar eeuwen nodig van taai volhouden voordat ze algemene erkenning vonden in verklaringen voor de rechten van de mens. En in de naam dan die idealen is er ook veel onrecht geschied.

En nog zijn we er niet: er is nog genoeg te doen om de rechten van de mens te waarborgen, om de gelijkberechtiging van mannen en vrouwen veilig te stellen, om mensen met een andere sexuele geaardheid als mens te waarderen en niet af te schilderen als lieden met een ziekelijke afwijking, om mensen met een andere godsdienst werkelijk te respecteren.

En er kunnen nieuwe idealen naar boven komen, zoals de zorg voor het milieu ...wat betekent het dat de mens als hoeder van de schepping is aangesteld….. maar realisatie vraagt lange tijd van noest en ijverig werken van volharding…

 

Mensen die hun leven hebben gewijd aan hun idealen, mensen die dat consequent doen, ze roepen bewondering op. We vinden de verwijzing naar hen om ons heen hier in die beelden van sommigen van hen: ieder beeld staat voor een leven en een verhaal van de weg vinden tussen goed en kwaad, van kiezen en volharden.

 

Een echte idealist kent twee deugden die hem of haar op de levensweg vergezellen: geduld niet in het minst met zichzelf én vertrouwen op God, het hangt in het leven niet allemaal en zeker niet uiteindelijk van onszelf af.

Ik denk dat mensen die we ‘heilig’ zijn gaan noemen, er in hun leven uiteindelijk in zijn geslaagd om zo hun ideaal na te streven dat ze met geduld’, ‘alles van God verwachten’. Dat is misschien wel de diepste radicaliteit die een mens kan bereiken: zonder je eigen intense inzet op te geven toch tegelijkertijd alles van God durven te verwachten. Uiteindelijk is het God, die De Goede is die overwint, kijk maar naar de paaskaars.