16e zondag door het jaar A (2002)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden
Goed zaad, slecht zaad, onkruid en vruchtbaarheid, verhaaltjes van tweeduizend jaar geleden, maar wat staan ze nog dicht bij het leven van vandaag. Ik wil dat verduidelijken met een hedendaags verhaaltje, een verhaaltje dat zeker op een stukje werkelijkheid berust.
Ik wil met u even kijken naar een denkbeeldige buurt in een denkbeeldige stad naar een denkbeeldige maar heel realistische situatie. De buurt is de laatste jaren hard achteruit gegaan, steeds meer bewoners verhuizen naar nieuwe woonwijken en hun plaatsen worden ingenomen door vooral buitenlanders. De mensen klagen steen en been over de toegenomen onveiligheid. Je kunt 's avonds niet meer met goed fatsoen alleen over straat. Iedereen is benauwd voor de junkies, prostituees en groepen allochtone jongeren die er rondhangen.
Op een vergadering in het wijkgebouw over veiligheid in de buurt gaat het er heftig aan toe. Wat deed de gemeente wel om de verloedering van de wijk tegen te gaan? Waar was de politie? Ze moesten al die buitenlanders wegsturen. En de criminelen moesten flink lang de gevangenis in. Het onkruid moest hardhandig uitgerukt worden, dan het zou wel weer beter worden in de wijk.
Op een gegeven ogenblik stond er iemand op en die vroeg: Jullie roepen wel om bestrijding van het kwaad, maar wat doen jullie zelf? Wat hebben jullie gedaan om die onveiligheid te voorkomen? Even was het stil maar toen brak het gekrakeel weer los. Wat kunnen wij nu? Wij hebben toch geen macht om iets te veranderen. Dat moet de gemeente doen, dat is een taak voor de politie.
De man zei: Je hebt gelijk: de gemeente kan best wat meer doen. Je hebt gelijk, de politie zou zijn gezicht hier best wat meer kunnen laten zien. Maar wij zijn zelf de wijk en wij moeten zelf ook de handen uit de mouwen steken om de wijk leefbaar te maken. Met strengere straffen eisen bereik je niets.
Wat doen wij als wijk om contacten te leggen met de buitenlanders die hier zijn komen wonen, om te zorgen dat zij zich hier ook een beetje thuis voelen? Wat doen wij om de junkies van de straat te krijgen? Wat doen wij om de allochtone jongeren op te vangen?
Weer was het even stil, maar toen kwamen de reacties. Dacht je werkelijk dat wij iets kunnen veranderen? Wat we ook proberen: het haalt toch niets uit. Zoiets moet grootschalig opgezet worden en dat is dus een taak voor de gemeente. Als wijk kunnen we toch niets bereiken.
En de man sprak weer: Heb toch een beetje vertrouwen in je eigen kunnen. Natuurlijk moeten we klein beginnen, misschien zijn we in het begin maar een druppel op de gloeiende plaats, maar elk beetje dat we kunnen doen om de leefsituaties te verbeteren is de moeite waard en kan uitgroeien tot meer.
En het gebeurde dat in die denkbeeldige buurt in die denkbeeldige stad mensen aan de slag gingen. Er werden ontmoetingen met de buitenlanders georganiseerd, en men leerde zijn buren een beetje kennen. Er werd een jongerensoos opgericht en geleidelijk aan kwamen er ook steeds meer allochtone jongeren op af.
Er werd een soort buurtwacht opgezet, vaders van jongeren, allochtonen en autochtonen, die 's avonds rondliepen in de buurt, en de jeugd aanspraken als die teveel overlast veroorzaakten. En langzaam maar zeker keerde het tij en werd de buurt weer leefbaar.
En soortgelijke ontwikkelingen zijn niet denkbeeldig maar op meerdere plaatsen werkelijkheid. En de oorzaak lag eigenlijk bij één man die zich niet neerlegde bij het onkruid uittrekken, maar die geloofde in de kracht van het goede en dat iets kleins toch iets groots kan voortbrengen.
Die man had iets van die Jezus van Nazaret, want die zei 2000 jaar geleden precies dezelfde dingen. Hij zegt ook nu nog tot ons: het kwaad in de samenleving is heel vervelend en hinderlijk, maar wees voorzichtig met het uitroeien van het onkruid want het gaat steeds weer om mensen. Maar als je gelooft in de kracht van het goede, en in elke mens is wel wat goeds te vinden, dan kun je samen heel veel bereiken. En voorkomen is altijd beter dan genezen.