16e zondag door het jaar A (1999)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden
Er is een hoop onkruid in de wereld, in allerlei soorten. In de berm van de weg kan het best een heel mooi gezicht zijn, maar in de tuin en op de akkers hoort dat onkruid niet en is het een voortdurend gevecht om het weg te krijgen. Maar als mensen onkruid zijn in de samenleving, als mensen dingen doen die daar niet thuis horen, en, helaas, dat gebeurt, dan willen we niets liever dan dat onkruid uitroeien, weg ermee.
Ho, ho, zegt Jezus in het evangelie, wees eens even voorzichtig, vergeet niet dat het gaat om mensen, en die mag je niet zomaar wegschoffelen, omdat je vindt dat ze niet thuis horen in jouw straatje. Het kwaad in de wereld moet je proberen uit te roeien, maar met mensen moet je altijd geduld hebben.
En hier precies ligt het grote dilemma dat op ons afkomt: hoe doe je dat: het kwaad bestrijden, maar mensen ontzien, ongeduldig zijn om het kwaad zo gauw mogelijk weg te werken, maar heel geduldig zijn met mensen die het kwaad doen.
Er wordt zo vaak geroepen: strengere straffen, langer opsluiten, sommigen willen de doodstraf weer ingevoerd hebben: zo moet, volgens velen, het onkruid in de wereld uitgeroeid worden.
Nee, zegt Jezus, loop niet zo hard van stapel, heb wat geduld: het gaat om mensen. Kijk ook even verder dat de buitenkant die je ziet. Hoe komt het dat mensen onkruid worden? Wat hebben ze meegemaakt?
Ik las pas het verhaal van ene Jonathan, een gedragsgestoorde jongen die met zijn vijftiende al flink op het criminele pad zat. Hij was door de rechter in een soort internaat geplaatst, vroeger zouden ze zeggen: een opvoedingsgesticht, voor de omgeving was het zoiets als: opgeruimd staat netjes. Zijn moeder was een bazige vrouw die met bijna iedereen ruzie had, zijn echte vader was allang vertrokken en had nooit meer iets van zich laten horen, met zijn stiefvader kon hij al helemaal niet overweg. En dus was deze Jonathan meer op straat te vinden dan thuis.
Terwijl hij op dat internaat zat, stierf zijn moeder plotseling, maar niemand dacht eraan om het hem te vertellen. Pas twee maanden later bereikte dit bericht de leiding van het internaat. Jonathan was in alle staten. Hij was kwaad op iedereen, op zijn moeder die nooit wat om hem gegeven had, zei hij, op zijn echte vader, op zijn pleegvader, op iedereen. Niemand wist eigenlijk raad met deze rebelse en opstandige jongen.
Maar er was een maatschappelijk werker die hem niet liet vallen en geleidelijk aan zijn vertrouwen wist te winnen. Hij liet Jonathan zijn levensverhaal vertellen, zo uitgebreid mogelijk. Na weken van vertellen, en verwerken, - dingen onder woorden brengen is meestal al een hele belangrijke vorm van verwerken - , ging die maatschappelijk werker met Jonathan naar het graf van zijn moeder, en toen die daar wegging zei hij: Dag Mam, je wou wel maar je kon niet. En met die woorden was heel wat onkruid in bussels geboden en verbrand.
Van dit verhaal kunnen we denk ik twee dingen leren: Waar komt het kwaad vandaan? Van een vijand zegt het evangelie. Maar die vijand zit in mensen, in wat mensen meemaken, meegemaakt hebben, in de voorgeschiedenis. Waarom is er zoveel kwaad in Kosovo? Dat komt niet uit de lucht vallen, dat is niet het werk van één man, ook al heeft die veel schuld, daar zit een hele voorgeschiedenis aan vast van eeuwen her.
Waarom raakte die Jonathan op het verkeerde pad? De vijand die het onkruid in hem zaaide, was zijn slechte thuis, een moeder die wel liefde en aandacht wilde geven maar dat niet kon. En als we het kwaad willen bestrijden, het onkruid weg willen hebben, dan moeten we kijken hoe we de feiten voor kunnen zijn, de put dempen als het kalf verdronken is, dat is gemakkelijk genoeg, maar voorkomen is beter dan genezen, is het bekende gezegde.
Het tweede dat het verhaal van Jonathan ons leert is is precies dezelfde boodschap als het evangelie ons geeft: heb geduld met mensen, probeer eerst eens erachter te komen hoe mensen zover gekomen zijn dat ze als onkruid bestempeld worden.
De voorgeschiedenis kennen zal ons in de meeste gevallen al heel wat milder stemmen en ook ons doen zeggen: laten we wat geduld hebben, niet meteen wegschoffelen. Dan is er nog iets: we willen het kwaad bestrijden, maar hoe? Er is eigenlijk maar één antwoord: door er veel goedheid tegenover te stellen. Je niet laten ontmoedigen door het kwaad, je niet laten meeslepen, niet een houding van: wat je ook doet: het haalt toch niets uit.
Het kleine beetje goeds dat je kunt doen, dat is als gist, dat toch doorwerkt in heel de samenleving. De kleine positieve dingen die wij aan elkaar kunnen doen. het zijn als mosterdzaadjes, dat, haast ongelofelijk, uitgroeien tot iets groots, iets belangrijks, in mensen, ook in onkruid.