16e zondag door het jaar A (2005)

Preek

Ik kan me herinneren dat ik als kind ooit een bruine boon in een jampotje heb gedaan, met een beetje aarde en wat water in het licht en vol verbazing zag ik dat er iets uit kwam, het groeide. Ik hoor soms verhalen van ouders en met name grootouders die genieten als ze met kinderen in de tuin aan het werk zijn. Het mooiste is het natuurlijk als de kinderen een eigen hoekje hebben. Bij gebrek aan tuintjes en dankzij onze commercie zijn er tegenwoordig ook spelletjes, zoals Tamagotchie, maar die rage lijkt alweer over, of de computerspellen waarmee je een dorp, een dierentuin of pretpark kunt bouwen. Het heeft er in iedere geval mee te maken dat je ergens voor moet zorgen, en dat kinderen leren dat als je ergens aan begint dat het onderhoud en zorg vraagt, en dat als je iets wil starten, je allerlei voorbereidende maatregelen moet nemen.

Jezus heeft het vandaag niet over een bruine boon, maar over een graankorrel. En of je nu graankorrels automatisch stuk voor stuk in de aarde stopt, of met de hand zaait, of je nu high-tech pootmethodes gebruikt of een zaaitechniek uit de tijd van Jezus, iedereen weet dat het graan pas goed opkomt als je zorgt dat alle voorbereidende maatregelen zijn genomen, de aarde is geploegd, vruchtbaar en bemest en er is voldoende water.

Deze weken hoorde ik op het nieuws dat diverse oogsten in Afrika mislukken vanwege de droogte, maar ook in Spanje en Frankrijk is er watergebrek, zodat er niet meer gesproeid kan worden. Dus ook hier in Europa dreigen oogsten verloren te gaan. Ja, ook in onze high-tech-tijd, speelt de natuur nog steeds de hoofdrol, we hoeven maar aan de Tsunamie te herinneren om ons weer bewust te zijn dat de krachten van de natuur al onze vermogens ver overstijgen. Zo horen we vandaag over zaad op een akker, een mosterdzaadje, maar ook een vijand met onkruid. Beelden die, hoe oud ook, altijd blijven aanspreken.

Toch zijn er dingen veranderd. We leven in een tijd dat onkruid geen onkruid meer is, het wordt aan de ene kant bestreden, maar soms ook gestimuleerd, zoals in de bermbegroeiing, we leven in een land waar al meer dan een generatie geen honger meer is, en zelfs in een tijd van dreigende recessie, blijft de beurs stijgen. De Nederlander houdt wel zijn hand op de knip, maar soms lijkt dat meer met een verzadigde markt en gebrek aan echte nieuwe ontwikkelingen te maken te hebben dan met angst voor recessie en zorg voor later. Aan de ene kant zijn we afhankelijk, is alles heel kwetsbaar, maar tegelijk lijkt alles onder controle en gaan we gewoon door of er niets aan de hand is.

Verleden week zondag hoorden we ook over zaad, het valt op allerlei plaatsen, en niet overal zal het vrucht dragen. Maar vandaag is het griezeliger, want er is ook een vijand actief. Jarenlang hebben we ons ingespannen om het vijanddenken te overwinnen. We preken synergie, poldermodel, win-win-situaties, niet wij-zij, maar samen. En dan lezen we vandaag over een vijand. De duivel leek afgeschaft, mensen zeggen, de hel vergeten. Maar als je in de metro hebt gestaan in Londen en je hebt het overleefd, dan weet je ineens weer dat er een vijand is, dat er kwaad is, en dat die hel hier op aarde soms heel reëel is.

Een vijand, wat is dat? Vandaag zegt Jezus dat God vijanden heeft. Wie kan nu een vijand van God zijn? Geen vijand kan toch tegen God op, dat is toch onbegonnen werk, God is toch almachtig? Maar toch, Jezus gebruikt het beeld van een vijand. Ongrijpbaar, met verborgen motieven, onzichtbaar, maar plotseling zie je het, komt het aan het licht.

Het is gevaarlijk om dit beeld zomaar over te brengen op de terreur van onze dagen, want Jezus pleit voor geduld en verdraagzaamheid. Niet teveel actie nemen, niet teveel ingrijpen. Maar als je dat op de terroristen zou toepassen, dan krijgen ze vrij spel. Ik denk dus niet dat Jezus dat bedoelt. Het heeft eerder met onszelf te maken. Want in dit Evangelie spelen wij de hoofdrol. Het gaat meer om onszelf dan om die vijand.

Wie zijn wij in dit verhaal? Wij zijn het goede zaad, de akker is de wereld. Het onkruid zijn de kinderen van het kwaad. Maar het probleem is, je ziet pas het verschil als het eenmaal is opgegroeid. Ofwel, met andere woorden uit de Bijbel, aan de vruchten herken je de boom. Zijn alle Christenen goed zaad? Zijn er niet heel veel mensen die in naam Christen zijn, maar die het niet waarmaken in hun daden. Zijn wij goede Christenen, zijn wij goed zaad? Dan moet dat ook zichtbaar worden in onze daden.

Ik hoorde ooit van een moraaltheoloog dat God blijkbaar de macht heeft om van slecht zaad goed zaad te maken. Goddelijke genetische modificatie, genetische reparatie. Diep in de mensenziel wordt er iets veranderd en dat wat schadelijk was, wordt weer gezond.

Deze dagen hoor je ook weer de discussie over Harry Potter, het zesde boek, als ik het wel heb. Wie zal de hoofdrol gaan spelen in die film? Wordt de huidige speler niet te oud? Maar ik bedoel allerlei andere discussies, binnen kerken, tussen kerken, is het nu een goed boek of slecht? De een wijst het af, de ander omhelst het. De ene katholiek is voor, de andere is tegen, de ene protestant is voor, de andere tegen. Maar met dit boek is het zoals het Evangelie beschrijft, in dit boek is tarwe en onkruid aanwezig, de goede geest en de anti-geest, goed voedsel en slecht voedsel, het is niet of-of, het is er allebei.

Maar is het niet fantastisch dat God geduld heeft. Stel je voor dat God zo rigoureus te werk zou gaan als wij wel eens wensen: ‘Alle slecht mensen de wereld uit'. Dan moeten we gaan onderhandelen. Als jij 95% goed bent en 5% slecht. Mag je dan blijven? Als je 90% goed bent en 10% slecht, mag je dan ook blijven? Ga maar door, net als Abraham. Als je maar 10% goed bent en 90% slecht, maak je dan nog een kans? Krijgen slechte mensen de kans zich te bekeren. Krijg ik nog een kans, want ook ik ben niet helemaal goed.

Aan dit Evangelie zit een scherpe realistische kant. Wat wij voor onszelf wensen, moeten we ook voor anderen wensen. Willen wij een herkansing na gemaakte fouten, dan moeten we die ook aan anderen gunnen. En hoever moet dat gaan? God gaat heel ver, Hij wacht tot de oogst. En intussen moeten wij kwaad en onrecht verduren.

Een bruine boon in een potje. Zo eenvoudig is de werkelijkheid niet. Of toch wel? Als je niet alle slechte invloeden kunt weren, kun je misschien wel zorgen dat je zelf goed zaad zaait. Kijkend naar al die parabels van Jezus, zijn we de ene keer zaaier, de andere keer zaad, dan weer grond, maar misschien ook wel eens onkruid en zelfs vijand. Laten we God danken voor zijn geduld met ons. En als we niet alle onkruid kunnen weren, laten wij dan het goede zaad maar bevorderen. Dat kunnen we in ieder geval doen. Amen.

Inleidend woord

Van harte welkom, u hier in de kerk en allen die met ons meevieren via de kerkradio. God heeft geduld, goed zaad en onkruid zijn niet zo gemakkelijk te scheiden. Moge deze viering voor ons allen een moment van Gods geduldige genade zijn.
Ik mag u uitnodigen te gaan staan voor de intrede.

Voorbede

Priester
Bidden wij vol vertrouwen tot de Vader die geduldig en liefdevol voor ons zorgt.

Lector:
Bidden wij voor Gods Kerk, bidden wij om wijsheid en volharding, om geduld met anderen en met onszelf. Bidden wij om voortgang in de interreligieuze dialoog, die in onze tijd des te harder nodig is.
Laat ons bidden.

Bidden wij voor onze wereld, voor de slachtoffers van terreur. Bidden we om verdraagzaamheid en vertrouwen, om inzicht in andermans motieven, om verstandige doortastendheid. Bidden we om zuiverheid van hart dat we niet in alles de schuld bij anderen leggen.
Laat ons bidden.

Bidden wij voor onze parochiegemeenschap. Dat wij ervoor ijveren om goed zaad te zaaien. Dat we het Evangelie als voedsel tot ons nemen, dat we bidden en de Geest de ruimte geven, de heilige Geest die voor ons ten beste spreekt.
Laat ons bidden.

Bidden wij voor alle vakantiegangers, dat zij vrede brengen en vrede ontvangen. Dat zij iets goeds geven en meenemen. Dat zij veilig terugkeren om zich opnieuw in te zetten voor Gods Koninkrijk.
Laat ons bidden.