Zachtmoedig en nederig van hart (Mt. 11,29)

 

Komt allen tot mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt en Ik zal u rust en verlichting schenken.”

Het lijkt wellicht oneerbiedig om de verheven woorden van Jezus en zijn uitnodiging te beschouwen als een reclamespot. Zijn boodschap is duidelijk, ze is kort en bondig. Jezus zegt wie hij is en tot wie hij zich richt en wat hij aanbiedt. Zij kan gemakkelijk langs twitter verspreid worden.

Verbonden met de Vader

Jezus heeft een belangrijk naamkaartje, nl zijn verbondenheid met de Vader. Nergens in het evangelie van Mattheus spreekt Jezus zo duidelijk over zijn band met de Vader als in dit jubellied. Hij kent de Vader, die Heer is van hemel en aarde. Geen enkel ander mensenkind kan dit van zijn vader zeggen. “Niemand kent de Zoon tenzij de Vader en niemand kent de Vader tenzij de Zoon.” Deze tekst wordt weleens een Johanneïsche meteoor, een bliksemstraal, genoemd in het evangelie van Mattheus. Het is alsof klanken uit het hogepriesterlijk gebed (Joh. 17) zijn overgewaaid naar het evangelie van Mattheus.

Er is harmonie tussen de Vader en de Zoon. Toch zal Jezus maanden later op zijn kruis met luide stem vragen: “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?” (Mt. 27 46). De Vader heeft zijn Zoon niet verlaten. Jezus is verrezen. Hij deelt in het gezag van zijn Vader. Zo kan hij bij zijn laatste ontmoeting met zijn apostelen en zijn afscheid op de berg in Galilea verklaren dat hem alle macht is gegeven in de hemel en op aarde en dat zijn volgelingen zullen gedoopt worden in de naam van de Vader, de Zoon en de Geest.

Komt allen tot Mij

Jezus richt zich tot allen die uitgeput zijn en onder lasten gebukt. Zo zijn er velen. Mattheus had al eerder onderstreept dat Jezus door medelijden bewogen was voor mensen die lijden, die geen uitzicht hebben, die miskend zijn (%t. 9,36).

De voorbije maanden heeft de coronapandemie velen geraakt en veel zorgen meegebracht. Daarnaast zijn er nog zoveel andere zorgen. We blijven getroffen door het racisme, dat maar niet verdwijnt.

Vinden mensen de weg naar Jezus? Hij is voor velen onbekend en hij kan niet met een toverformule al het leed uit de wereld wegnemen.

Rust en verlichting

Hij zegt dat hij rust en verlichting kan brengen. Het rusteloze is een kenmerk van onze huidige tijd met zijn jachtig ritme. Er moet zoveel gedaan, er wordt zoveel gevraagd van mensen, je moet presteren en schitteren op zoveel terreinen, thuis, op het werk, zelfs met je hobby’s. Het begin van de lockdown had op bepaalde momenten zijn charme, juist omdat het rustiger was geworden.

Rust, het eerste scheppingsverhaal roept het ideale beeld op van God, die rust nadat hij de wereld had geschapen. Hij had zes dagen na elkaar mogen vaststellen dat het werk van elke dag goed was geweest. Het was de rust van de grote harmonie in de schepping, van mens en natuur binnen het heelal. De Hebreeënbrief wenst dat wij in deze rust van God mogen delen (Hebr. 4; 1-11).

Wanneer we ons verbonden weten met Jezus, brengt dit al vrede en rust. Ze betekent niet dat alles van zelf gaat. We kunnen ze bereiken wanneer we de weg volgen die Jezus is gegaan. Hij spreekt over een juk, dat is de visie en de inzet die hij had voor mensen. Zijn juk opnemen, dit is doen wat hij heeft voorgedaan en wat hij van ons verlangt. Het geeft tevredenheid en voldoening wanneer we als dienaren van God onze taak hebben volbracht,

Gij zegt: word vrij en kom tot Mij,

mijn juk is licht te dragen!

Maar ik ga uw woord voorbij

en ik pluk de dagen” (Z.J. 570, 4)

Verborgen voor wijzen

Jezus zegt dat deze goede boodschap maar doordringt bij wie er voor open staat en dit zijn de kleinen. Om meer te zien dan wat er te zien is, moet je de ogen van een kind hebben, vooral zijn openheid. Jezus zegt niet dat we dom of onverstandig moeten zijn. Hij heeft het tegen de eigenwijze, die alleen maar zweert bij zijn eigen inzichten.

Paulus neemt dit gedachtengoed over, wanneer hij naar de gemeente van Korinthe schrijft: “Wat in de ogen van de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om de wijzen te beschamen; wat in de ogen van de wereld zwak is, heeft God uitgekozen om de sterken te beschamen; wat in de ogen van de wereld onbeduidend is en wordt veracht, wat niets is, heeft God uitgekozen om wat wel iets is teniet te doen. Zo kan geen mens zich tegenover God op iets beroemen” (1 Kor 1,26-29).

Kennis alleen leidt tot eigenwaan, het is de liefde die opbouwt. “Als iemand kennis meent te bezitten, kent hij nog niet op de juiste wijze. Maar wie liefheeft, die is gekend” (1 Kor. 8,1). Een beetje kennis verwijdert van God. Veel kennis leidt tot God.

Jezus weet dat de kleine, de eenvoudige ontvankelijk zijn. En dit is ook zo. Een patiënte die ik niet kende, vraagt naar de pastor en wil naar de kapel. “Ik wil voor u een lied zingen en ze zingt het Onzevader, van kindsbeen overtuigd dat God ons beschermt al begrijpt ze niet dat hij zovele mensen liet sterven tijdens de coronapandemie.

Zachtmoedig

In de Bergrede prijst Jezus de zachtmoedigen en geeft meteen een karakteristieke trek van hem zelf weer. Hij is de zachtmoedige. Hij dringt zich niet op met geweld. Op palmzondag rijdt hij, gezeten op een ezel, de stad Jeruzalem binnen. Hij is de deemoedige, aangekondigd door de profeet Zacharia (Zach0 9,9-10).

An Bert werkt parttime in de Forensische en bracht daarover een getuigenis in het Beleg van Gent, dit is een maandelijks aanbod in het Gentse Sint Baafshuis. Ze eindigde haar getuigenis met een sprookje uit een kinderboek van Gerlinde Gilissen & Marcel Witte:

Roodborstje en de wolf

Wolf heeft het lekkere hapje al van ver geroken.

Hij punt zijn oren, steekt zijn lange tong naar buiten en sluipt naar het vogeltje.

Wolf maakt zich klaar voor een reuzensprong.

Als roodborst hem ziet, zal ie in paniek wegfladderen.

Het kleine ding maakt geen schijn van kans tegen zo’n stoere wolf.

Maar er gebeurt niks. Het hapje kijkt hem nieuwsgierig aan.

“Goedemiddag”, zegt roodborst beleefd.

"Goedemiddag”, zegt wolf verbaasd. Hij wil niet onvriendelijk lijken,

ook al zal hij dit vogeltje zo meteen naar binnen slokken.

 

“Wat hebt U een grote oren”, zegt roodborst. “Is er wat mis met me?”, denkt Wolf.

“Heeft je moeder je nooit sprookjes over boze wolven voorgelezen?”

“Dat is om je beter te kunnen horen”, zegt wolf.

“Zo weet ik je precies te vinden en kan ik je sneller opeten”.

Als dat niet duidelijk is.

“Handig”, zegt roodborst. “Kom maar es korter als je durft.

Dan kan je zien hoe klein de mijne zijn.”

Wolf vraagt zich af of hij het goed gehoord heeft.

“Wat hebt U een grote ogen”, zegt roodborst.

Wolf is nu zo dichtbij, dat hij het vogeltje met één hap zou kunnen opslokken.

“Dat is om je beter te kunnen zien”, zegt ie.

“Ik zie je al van ver en dat is mooi meegenomen als ik je wil opeten.”

“Wat heeft U grote tanden? Is dat om me beter te kunnen opeten?”,

gaat roodborst verder.

Wolf grinnikt. Hij is zijn honger helemaal vergeten.

Hij vindt deze slimme vogel eigenlijk wel lief.

“Mag ik je wat vragen?”, zegt wolf voorzichtig. Hij wil roodborst niet wegjagen

met zijn vreemde stem. “Waarom heb jij zo’n kleine snavel?”

“Hij is misschien wel klein, maar ik kan er mooi mee zingen”, zegt roodborst trots.

“Zal ik een liedje voor je fluiten”?

Wolf voelt zich warm worden. Er heeft nog nooit iemand voor hem gezongen.

Paus Franciscus heeft al vaak de lof gehouden van de tederheid. Hij geeft het mee als gebedsintentie van deze juni maand. “Zachtheid en tederheid, deze menselijke deugden lijken klein, maar zij zijn in staat om de moeilijkste conflicten te overwinnen.” Hij denkt daarbij aan Franciscus van Sales en vindt het ook in de Ignatiaanse spiritualiteit, waarbij aandacht voor troost belangrijk is. Hoe slaagt de kerk erin een tehuis en een familie te zijn voor allen, vooral voor hen die ‘vermoeid en belast zijn’ (KKK 1658)?

Zorgpastores zetten zich in bij zieken en gekwetsten, bij mensen met angst en depressie, bij wie uitgeput is en vermoeid. Op de site van hun beroepsvereniging staan daarover getuigenissen, recentelijk deze van hun ervaring en hun nabijheid bij coronapatiënten (www Elisabeth-Pastoralezorg.be).

Je bent niet alleen, zegt Jezus. Je mag je toevertrouwen aan mijn zorg.