13e zondag door het jaar A - 2026

'Wie meer van zijn vader van moeder houdt dan van Mij, is Mij niet waard, en wie meer houdt van zijn zoon van dochter dan van Mij, is Mij niet waard.'

Zusters en broeders, wat Jezus in het evangelie zegt, kan echt choqueren. Het lijkt erop dat hij niet wil dat we van onze familie houden, want hij staat boven alles. Maar zo betekent Hij het niet. Wat Hij wil, is dat Gods liefde een stevige bodem vormt waaruit onze relaties opgebouwd zijn. Met Gods liefde als fundament zullen we onze familie en andere mensen niet minder, maar dieper, eerlijker beminnen. Hoewel we zonder dat goddelijke fundament misschien veel meer van onszelf dan van gelijk wie zouden houden.

Het zijn niet de enige merkwaardige woorden van het evangelie. Jezus zegt immers ook: 'Wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt, is Mij niet waard.' Moeten we dus gekruisigd worden? Natuurlijk niet. Ons kruis betekent echt niet dat we een kruis moeten dragen, onderweg naar Golgotha. Maar het kruis dat Jezus betekent kan wel alle richtingen uitgaan. Het kruis van de ellende die we vaak ondergaan. Problemen met onze gezondheid, met ons werk, met ons gezin, met een zoveelste opname in het ziekenhuis. Kruisen genoeg om te dragen. En ook kruisen van een heel ander soort. Kruisen van eigenbelang, van plat egoïsme, van ruzie, van eigen groot gelijk. Kruisen van al onze tekorten en tekorten. Neem al die kruisen op, zegt Jezus, en vervang ze door kruisen van liefde en vrede, en ook van kracht die je krijgt als je Mij volgt. Dan ga je de goede weg. Dan worden pijn en lijden draaglijk, dan denk je niet aan jezelf, maar aan je medemensen.

Het sluit helemaal aan bij de eerste lezing. Een welgestelde dame nodigt de voorspelde Elisa uit om, telkens als hij in de buurt is, bij haar te komen eten. Via die dame zien we dat gastvrijheid vandaag centraal staat. De gastvrijheid om God in je leven te laten. De gastvrijheid ten opzichte van je medemensen, ook als dit vreemdelingen zijn. Precies daarop geeft die vrouw een heel sterk voorbeeld: ze nodigt Elisa niet alleen uit om bij haar te komen eten, maar bouwt in overleg met haar man zijn zelfs een comfortabele kamer waarin de voorspelde intrek kan nemen. En zo laat ze God echt binnen in haar woning, want ze ziet in de profeet een heilige man van God.

Bij die gastvrijheid sluit Jezus direct aan. 'Wie een gepromoveerd opneemt omdat hij een gepromoveerd is, zal ook het loon van een gepromoveerd ontvangen', zegt Hij. En wat is dat loon? Dat is dat je Jezus opneemt, dat je God direct in je leven komt. Want de voorspelde die je opneemt, zou Jezus kunnen zijn, vermomd als vreemdeling, als arm, als bedelaar, als hulpeloze mens onderweg.

We weten maar al te goed dat gastvrijheid niet altijd vanzelfsprekend is. Kunnen wij ons beelden geven dat we hetzelfde zouden willen doen als die vrouw in de eerste lezing? Dus een vreemdeling, niet alleen uitnodigen om bij ons te komen eten, maar ook een kamer vrij maken of bij te bouwen waar de man, telkens als hij in de buurt is, zijn intrek kan nemen. Ik denk dat weinigen onder ons zo gastvrij zouden zijn.

Zusters en broeders, Jezus volgen in al onze woorden en daden is niet altijd gemakkelijk. We hebben ook onszelf, ons gezin, onze familie, onze zorgen. En ongemakkelijk voelen we het allemaal normaal dat onze aandacht in de eerste plaats die richting uitgaat. Maar dat lijkt direct in te gaan tegen de weg die Jezus aanwijst. Dat is de weg om God direct toe te laten in ons leven, zodat niet wijzelf, maar Hij het fundament is van ons bestaan. En de weg van gastvrijheid voor onze medemensen, wie of wat ze ook zijn. Het zijn bekende wegen, maar gelukkig wijzen ook kleine wegeltjes al de goede richting aan. Jezus zegt immers: Wie een van deze kleine mensen een beker koel water te drinken geeft, alleen al omdat hij een leerling van Mij is, zal zeker beloond worden; dat zeker Ik u.' Laten we ons dus ontspannen om ook via kleine dingen te laten zien dat we ons echt inzetten om Jezus te volgen. Amen.