Barmhartigheid, geen offers (2005)

Een ‘tollenaar’ was een belastingontvanger
in dienst van de Romeinse bezetter.
Zo iemand werd wegens zijn uiterlijk gedrag
door de joodse godsdienstwet beschouwd als een zondaar.
Maar Jezus aarzelt niet
om te gaan met dergelijke zondaars en zieken.
Niet uit voorliefde voor hun zonde of ziekte zelf natuurlijk.,
wel omdat Hij bij de zondaars en de zieken ten minste
een verlangen naar genezing en bekering merkt.

Heel zeker dat ook Jezus
niet de fouten van de zondaars en de tollenaars goed praat,
maar Hij kijkt blijkbaar naar een dieper niveau in de mens.
Hij kijkt naar de innerlijke houding,
naar de diepste verlangens
en Hij pint de mens niet vast op zijn afwijking
van het geldend sociaal of religieus gedrag.

Veel van die zogenaamde ‘zondaars’
luisterden namelijk veel aandachtiger naar Jezus
dan de strenge joden die hun hart en hun oren
op voorhand afsloten voor Zijn boodschap
over een God die een bewogen Vader is.
Welnu die gemeende luisterbereidheid
van de door de Joden uitgestotenen
was voor Jezus een teken van dieper leven,
van beginnende bekering,
van verlangen naar verbondenheid met de LiefdeGod.

Als Jezus zegt: “Ik ben niet gekomen
om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars”
dan bedoelt Hij niet dat wij dus
maar beter zondigen dan rechtvaardig zijn.
Wij verstaan Jezus’ bedoeling beter
als wij de verzwegen adjectieven erbij zetten:
“Ik ben niet gekomen
om de ‘zelfgenoegzame’ rechtvaardigen te roepen”,
Jezus kan niets doen voor diegenen die zichzelf rechtvaardig achten,
ervan overtuigd zijn dat zijzelf goed en de anderen slecht zijn.
“Ik ben wel gekomen om de ‘berouwvolle’ zondaars te roepen”,
diegenen die, ondanks hun uiterlijk non-conformisme,
innerlijk veel meer verlangen naar vergeving,
dan diegenen die uiterlijk in orde zijn,
maar innerlijke liefdeloos tegen anderen.

Jezus blijft dus niet stilstaan bij de uiterlijke daden.
Hij durft daardoorheen kijken
naar de diepere innerlijke houding van mensen.
En dan is er wel degelijk een duidelijk verschil tussen
een rechtvaardige die al zijn uiterlijke offerverplichtingen vervult
en een zondaar die vergeving verlangt.

Waarom is Jezus zo tegen het opdragen van offers,
in de religie van toen, zowel als die van nu?
Omdat mensen die offers brengen aan God eigenlijk altijd geloven
dat zij door hun gaven een veeleisende God kunnen vermurwen
of in ieder geval menen
dat zij door hun offer hun plicht tegenover God hebben vervuld.
Volgens Jezus moet de mens zich helemaal niet verplicht voelen
om de gunst van een Almachtige Heerser te verdienen
door Hem iets uiterlijks te schenken.
Integendeel, de mens kan zich beter vooral dankbaar voelen
voor de vriendschap, die een barmhartige Vader hem aanbiedt,
gratis, zonder voorafgaande voorwaarden te stellen.

Jezus leerde ons dus eigenlijk een andere God kennen.
Geen tempelboeddha die op de eerste plaats
onderdanigheid verlangt en uiterlijke offers eist,
wel een bewogen Vader die warme gevoelens koestert,
die barmhartig is, ook voor de zwakken,
en Wiens hart altijd groter is dan onze verdiensten.

De zogenaamde zondaars, die uitgesloten werden,
omdat zij de strenge Joodse eisen en de offerwetten niet vervulden,
stonden meer open voor de barmhartigheid van Jezus’ Vader,
dan die zelfgenoegzame, puriteinse Joden,
die onderdanig hun offers brachten
aan hun schrikwekkende Jahweh,
maar ondertussen hun medemensen uitsloten.

God kijkt ook vandaag niet naar de buitenkant
of wij al onze plichten hebben gedaan,
of wij geen overtredingen hebben begaan
en of wij uiterlijk in orde zijn.
God kijkt naar de binnenkant,
Hij spreekt onze innerlijke, diepere zwakheid aan,
onze onvrede met onszelf en de anderen
en Hij biedt ons Zijn barmhartigheid aan
over onze diepe, onzichtbare onvrede.

Welk idee wij hebben over God, is niet zo onbelangrijk,
want het heeft onmiddellijk invloed
op de manier waarop wij omgaan met mensen.
Wie schrik heeft voor een strenge God
zal streng en hard zijn en anderen uitsluiten.
Jezus nodigt uit tot wederliefde tegenover een barmhartige Vader.
En dat brengt ons tot barmhartigheid,
ook tegenover de diepste zwakheden
in ons en rondom ons.