Er zijn voor de ander (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 554 niet laden
Een aantal jaren geleden was ik op bezoek in Ghana bij mijn vriend, pater Pieter. Bij dat bezoek vertelde hij me over een heel bijzondere ervaring in een van zijn 40 buitenstaties. Eens in de drie maanden, bezocht hij dit dorp voor de viering in het weekend. Maar er was al heel lang een conflict over grond, dat maar niet werd opgelost. In het kerkje zaten de twee partijen, de ene links, de andere rechts van het middenpad. Bij de vredewens staken ze het middenpad niet over. Pieter was ten einde raad, totdat ...en nu komt het verhaal. Hij bezocht hen weer en het was toevallig deze zondag met deze lezingen. De catechist eindigde de eerste lezing met: "barmhartigheid wil ik, en geen offer" en Pieter las zelf het evangelie: "barmhartigheid wil ik en geen offer." Toen ging iedereen zitten voor de preek. Pieter dacht ‘nu of nooit' en hij begon: ‘beste mensen '...... en toen was het een tijdje stil.... ‘ik moet hier stoppen; ik kan niet verder...eerst moeten jullie het conflict oplossen; dan kunnen we pas verder met de viering. Hij legde zijn misgewaden af, en liep door het middenpad naar buiten. Hij ging naar huis, naar de hoofdstatie, vijftien kilometer daarvandaan. En wat gebeurde? Drie weken later kwam er een delegatie van mensen uit het dorp bij hem op bezoek, twee uit elke groep; de vrede was getekend; ‘of de pater nu weer wilde komen?'

Vandaag is het vrijwilligersdag in de parochie; waarom begin ik met dit verhaal? Ik doe dat om twee redenen. Ten eerste omdat de lezingen zo'n heldere opdracht hebben, die ook doorklinkt in het verhaal van Pieter: Binnen de kerk, aan het altaar, mag niets gebeuren, als het niet gedragen wordt door ons gedrag buiten de muren. Geen offers hierbinnen, geen ‘breken en delen', als ons gedrag buiten er haaks op staat. Met andere woorden: een prachtige en waardige liturgie op zondag, die zich niet vertaalt in de praktische omgang met mensen op de doordeweekse dagen, is als lucht; of om het beeld van de profeet Hosea te gebruiken ‘is als ochtendnevel, die vroeg in de morgen verdwijnt zo gauw als de zon opkomt'. God wil daadwerkelijke liefde zien; Hij baalt van alleen maar mooie woorden.

Het evangelieverhaal laat ons zien, hoe Jezus dat zelf in de praktijk brengt; hoe hij zijn boodschap van liefde gestalte geeft in zijn omgang met mensen. Het is een heel eenvoudig verhaal, we zien het voor ons. Het speelt zich niet af binnen de tempelmuren; het speelt zich af buiten, op straat. Hij komt mensen tegen, die niet meetellen, die een slechte naam hebben, tollenaars en zondaars. Het ligt toch eigenlijk voor de hand, dat je dergelijke mensen links laat liggen, geen contact zoekt. Maar Jezus doet dat wel, hij gaat bij hen thuis op bezoek, hij eet met hen. De reacties blijven niet uit: De Farizeeën (zij die toch weten hoe het moet, zij die het geweten van mensen vertegenwoordigen) spreken niet hemzelf, maar zijn leerlingen erop aan: Zoiets doe je niet! Je eet niet met dit soort mensen!

Is dat nu de nieuwe wereld, het Rijk Gods, die hij zegt te komen brengen?! Jezus hoort hen mompelen en geeft , een antwoord... zijn antwoord: Ja, deze mensen wil ik aandacht geven, juist deze mensen die in het normale verkeer buitengesloten worden. Dat is mijn boodschap; dat is wat ik wil; en dat is wat ik wil dat jullie ook doen. Ja, als jullie mijn volgelingen willen zijn, zul je deze weg moeten gaan, zul je zo met mensen moeten omgaan; bij hen aan tafel gaan... of hen aan jouw tafel nodigen. Barmhartigheid wil ik, geen offers; daadwerkelijke liefde, geen lippendienst.

Er is een tweede reden, waarom ik vandaag het verhaal van Pieter vertel, en zo inga op de lezingen. Omdat het zo passend is voor onze vrijwilligersdag in onze parochie. Het komt voor mijn gevoel uit de hemel vallen: Als parochie hebben wij rond ons 25-jarig jubileum in ons pastoraal beleidsplan geschreven, dat wij diaconie de hoogste prioriteit willen geven; dat wij daadwerkelijk zijn levensopdracht (er te zijn voor de ander) gestalte willen geven in ons dag-en-dagelijks leven; daar moet liefde gebeuren, daarbuiten... op straat.

Maar, nu komt het grote 'maar': diaconie is niet zo vanzelfsprekend in onze kerken. Het is vaak een ondergeschoven kindje; het is ook moeilijk; we weten ook vaak niet hoe we dat moeten doen; we schuiven het liever af op de officiële instanties; daar is toch de sociale dienst voor, we zijn er niet voor opgeleid, wat hebben wij te bieden? het gaat toch alleen maar om geld; etc.

En toch dienen m.i. christen gemeenschappen het voortouw te nemen, toch ben ik er heilig van overtuigd dat christen gemeenschappen (ook wij als Andreas) iets extra's hebben te bieden. Wat is dat dan?! Zullen wij daar samen naar blijven zoeken, hoe je met kwetsbare mensen omgaat? Zullen wij samen blijven zoeken, hoe Jezus met hen omging? Samen blijven zoeken hoe ook wij er in onze samenleving kunnen/moeten zijn voor de mensen om wie het eigenlijk gaat in het Rijk Gods? Want de manier waarop wij in het leven staan, de manier waarop wij ons gedragen in ons dag-en-dagelijkse omgang met mensen, dient het gedrag van Jezus te weerspiegelen: daadwerkelijke liefde en zorg voor de mensen, met name voor die mensen die in het normale verkeer niet meetellen. Christelijk gedrag in de samenleving is als het gist in het brood.

Ik wil een voorbeeld geven, dat aangeeft hoe wij met kwetsbare mensen, met mensen in de marge, kunnen/moeten omgaan. Een voorbeeld, dat mij geraakt heeft. Wij hebben toch al een bescheiden ervaring opgebouwd, meen ik. Ongeveer een jaar geleden zaten wij hier in de koffiekamer aan tafel: een aantal parochianen met zwervers/verslaafden uit de stad, samen aan de koffie. En dat was steengoed, voelde ik. Waarom? Zij konden zichzelf zijn, hun verhaal vertellen, omdat er mensen waren die wilden luisteren, open stonden voor hun verhaal. Er was gelijkwaardigheid, zij werden gerespecteerd als mens, zij hadden een naam. Wij hadden hen iets te bieden, zij hadden ons iets te bieden. Zij waren blij, wij waren blij; daar kan geen officiële instantie tegen op, waar je formulieren moet invullen aan het loket. Het gaat niet zozeer om "hen helpen" , maar veel meer om een grondhouding van respect, van mens tov. mens, van gelijkwaardigheid. Zou dat niet de levensopdracht van Jezus zijn? En de levensopdracht van de Andreasgemeenschap?