10e zondag door het jaar (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden
In mijn jeugd kwam je hier en daar nog een tolboom tegen, een letterlijke tolboom wel te verstaan. Daar moest je tol betalen, dan ging de tolboom omhoog en kon je verder. Tegenwoordig heb je ook nog tolwegen waar je betalen moet om verder te mogen.
In het evangelie gaat het om een tollenaar in zijn tolhuis. Of daar ook een tolboom was, is niet bekend, maar je moest wel betalen om verder te mogen. Of Jezus ook tol betalen moest om verder te kunnen, staat er niet bij, wel dat hij a.h.w. de rollen omdraaide en tegen de tollenaar zei: kom met mij mee, ik doe voor jou de tolboom omhoog zodat je op weg kunt gaan naar een nieuwe toekomst., Blijf niet langer als een gevangene in je tolhuis zitten, maar ga met mij mee.
En die Matteüs was zo gek om dat ook daadwerkelijk te doen. Een normaal mens zou er niet over piekeren om zomaar met zo'n prediker in zee te gaan. Als tollenaar was je bedje gespreid, je kon je een weelderig en luxueus leven veroorloven. Oké, de gewone mensen hadden een hekel aan je: je was immers in dienst van de Romeinse bezetters maar je kon in die functie heel goed voor je eigen portemonnee zorgen. Bovendien had je collega's en vrienden met wie je regelmatig een feestmaal kon houden. Dan moet je wel stapelgek zijn om al die zekerheden achter je te laten en een heel onzekere toekomst tegemoet te gaan.
Je kunt je ook haast niet voorstellen dat die Matteüs van het ene moment op het andere heel zijn leven omgooit. Maar op de een of andere manier moet hij onder de indruk zijn geweest van Jezus en zijn boodschap, anders had hij die stap niet kunnen maken. Maar zijn collega's en vrienden hebben hem vast voor gek verklaard.
Ook Jezus werd erop aangesproken. Als rechtgeaarde jood hoorde je geen omgang te hebben met tollenaars en dat soort volk. Hij moest zich schamen. Dan zegt Jezus die oude bijbelse woorden: Ik wil liever barmhartigheid dan offers.
Daar ligt de nieuwe wereld waar Jezus met zijn leerlingen naartoe wil: een wereld waarin barmhartigheid en hartelijke zorg voor de medemens belangrijker zijn dan regels en godsdienstige gebruiken en tradities. De joodse priesters zaten erg vast aan regels en tradities maar barmhartigheid was niet hun sterkste kant.
Nu hadden ook de tollenaars meestal weinig ruimte voor barmhartigheid: het waren eerder harde en soms meedogenloze zakenlieden. Maar Matteüs had blijkbaar zijn hart toch op de goede plek zitten, misschien had hij de leegte van zijn bestaan gevoeld en Jezus gaf hem de kans er een nieuwe invulling aan te geven.
Ook in onze tijd zijn er wel mensen als Matteüs, mensen die op een gegeven moment heel hun leven omgooien. Ook nu zijn er wel zakenlui met flinke salarissen, dure auto's en grote villa's, die opeens alle luxe en weelde achter zich laten en bijvoorbeeld ontwikkelingswerk gaan doen in een derde wereldland.
Iedereen verklaart ze voor gek maar die nieuwe invulling van hun leven brengt hun heel wat meer levensgeluk dan het zakenleven. Mensen die zo'n rigoureuze stap doen in hun leven zijn wel uitzondering.
En toch gelden ook voor ons allemaal die Bijbelse woorden: ik heb liever barmhartigheid dan offers. We zitten allemaal een beetje vast in ons tolhuis. We leiden zo ons eigen leventje in redelijke welvaart, de meesten van ons komen niets tekort. We hebben zo onze eigen gewoontes in ons doen en laten.
We hebben ons leven wat afgeschermd met hekken en slagbomen: en we zeggen al heel gauw: tot zover en niet verder. Tot zover mogen anderen een beroep op ons doen, maar verder moeten ze ons met rust laten. Ons eigen leven gaat voor. Tot zover willen we gaan in onze aandacht en zorg voor anderen, maar verder moeten zij het zelf maar zien. Ze moeten ons niet overvragen.
En toch, als we in Jezus' boodschap geloven, zegt hij ook tegen ons: kom uit je tolhuis, kom uit je hokje, en ga met mij mee, zet die slagbomen om je heen omhoog, laat een houding van barmhartigheid heel je leven beheersen, laat in alle omstandigheden je hart spreken in de taal van de liefde, ook als anderen zeggen: je bent gek dat je dit of dat doet. Dan zul je meer levensgeluk en levensvervulling vinden dan wanneer pure zakelijkheid, eigenbelang en eigen gemak, heel je doen en laten beheersen.
Durven we stapjes in die richting te zetten, of zeggen we al gauw: ik ben wel goed maar niet gek.