10e zondag door het jaar A (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 457 niet laden
Ik veronderstel dat de meesten van jullie
reeds ooit hebben gehoord van de Poverello,
de opvanghuizen voor armen in een aantal steden.
Bijzonder gekend is de Poverello van Brussel,
de eerste in de reeks,
maar ook in Tongeren (Gent / Antwerpen / Banneux ...) is er een Poverello-huis.

Poverello biedt aan de bezoekers vooral onderdak en maaltijden aan.
Een zekere Jean kwam er indertijd terecht,
toen hij ziek werd na een aantal weken op straat te hebben geleefd.
Hij werd opgevangen, kreeg er een bed en ...
overdag trok hij telkens opnieuw de stad in ...
om te gaan drinken ...
Iedere avond kwam hij dronken terug aan in het opvanghuis,
maar hij werd niet weggestuurd, noch kreeg hij opmerkingen daarover.
Na een tijdje was de verwarming stuk
en Jean werd gevraagd om ‘thuis' te blijven
en een handje te helpen bij de herstelling.
En Jean deed dat.
Zo leerde Jean weer werken ... en hij vond later ook opnieuw vast werk.

Mensen komen op de eerste plaats eten in Poverello,
en dat krijgen ze,
maar ze vinden er ook mensen, die hen aanvaarden,
die hen ontvangen zoals ze zijn,
die geen vragen stellen
en met hen willen praten ... als ze dat zelf willen...
Wie er komt, wordt gezien als een ‘broer of een zus',
in de geest van het evangelie.

Het gebeuren van Poverello komt vandaag in mij op
als ik het evangelie lees
over Jezus die aan tafel gaat met tollenaars en zondaars.
Jezus vraagt zelfs één van die tollenaars, Matteüs,
om met hem mee te trekken.
Jezus is duidelijk iemand die geen onderscheid maakt:
iedereen krijgt de kans om met Hem te tafelen,
of om met Hem mee te gaan.
Iedereen krijgt een kans, en in het bijzonder, zij die zondaar zijn ...
‘Niet de gezonden hebben een dokter nodig',
zegt Jezus tegen de Farizeeën, ‘maar de zieken'.

Als wij hier samenkomen, zijn wij degenen waarmee Jezus aan tafel gaat.
Iedereen is hier welkom ...
en Jezus vraagt ons ook niet ... of wij in orde zijn met alles ...
Jezus waarschuwt ons eigenlijk:
‘Denk maar niet te snel ... dat je met alles in orde bent ...
Denk niet dat je beter bent dan anderen ...
Besef dat je eigenlijk niet waardig bent ...
om Mij te ontvangen ...'.

Waarom zouden wij niet waardig zijn?
Wij hebben nog te weinig de ingesteldheid van Jezus:
wij zien nog te weinig dat alle mensen onze broeders en zusters zijn.
Wij zijn allen misschien een soort van tollenaar:
wij berekenen onze liefde ...
Wij rekenen uit ... hoever wij gaan in onze liefde ...
en God moet dat dan maar voldoende vinden ...

Gelukkig dat wij niet volmaakt moeten zijn ...
Jezus kent ons ... ook in onze zwakheid ...
en met die zwakheid mogen wij er zijn ...
En de eigen zwakheid herkennen ...
maakt ons meer bescheiden tegenover God ...
en brengt ons ook dichter bij anderen, wie die ook zijn ...

"Heer, ik niet waardig ...." zullen wij straks weer zeggen
voor wij te communie gaan.
Toch wil Jezus bij ons komen
en zijn wij welkom aan de tafel van Zijn liefde ...

Mag de ontmoeting met Jezus hier een aansporing zijn
om Jezus ook te volgen in ons dagelijkse leven.
Dat wij ook daar in grote openheid mogen leven
met andere mensen,
wat ook hun levenswijze is.

Mogen wij als christenen open christenen zijn,
met een groot hart, en vooral, in grote eenvoud.


Bron: verhaal van Jean, Kerk & Leven, 21 mei 2008, blz. 15