10e zondag door het jaar A - 2008

Zusters en broeders,

Een paar dagen geleden ging het in een tv-programma over de kansen op tewerkstelling van mensen die in de gevangenis gezeten hebben. Een vertegenwoordiger van de VDAB vertelde dat die mensen al een jaar voor hun vrijkomen begeleid worden, en dat ze echt gesteund worden in hun zoektocht naar werk. Want zonder werk hebben ze geen inkomen, en dat maakt de kans op hervallen alleen maar groter. En wat blijkt? Ondanks de goede begeleiding door de VDAB hebben de meeste oud-gevangenen het erg moeilijk om werk te vinden. De werkgevers spelen het zeer voorzichtig, want zeg nu zelf: wie staat er te springen om een gewezen misdadiger in huis te nemen, zelfs al heeft hij zijn straf uitgezeten en is zijn schuld uitgeboet? Wie kan iemand vertrouwen die ooit, misschien meer dan eens, serieus in de fout is gegaan?

Maar er zijn ook uitzonderingen. De woordvoerder van een grote warenhuisketen zei dat iedereen een tweede kans verdient. Onder hun personeel zijn dus mensen met een verleden, zoals we dat ze mooi zeggen, en dat had nog nooit tot problemen geleid. Nog nooit hadden ze iemand met een verleden moeten ontslaan. De man was er duidelijk trots op dat hij dat kon zeggen, en hij had daar ook het recht toe, want zijn bedrijf geeft een sterk signaal, namelijk dat iedereen inderdaad een tweede kans verdient.

Het is dat signaal dat Jezus ons in het evangelie geeft. Hij doet iets ongehoords: hij roept een tollenaar. En tollenaars, dat waren geen lieverdjes, maar collaborateurs van de gehate Romeinse bezetter. In naam van de keizer inden ze belastingen. Dat zat zo in elkaar: elke Romeinse regio moest een bepaald bedrag aan belastingen ophoesten. De inning werd uitbesteed aan privé-ambtenaren. Je kunt wel raden wat die deden: ze inden een veelvoud van wat ze moesten doorstorten en staken de rest in hun zak. En als iemand problemen maakte, haalden ze er het bezettingsleger bij. Dat zorgde er dan op zijn manier wel voor dat er betaald werd. Tollenaars waren dus niet alleen collaborateurs, maar ook uitbuiters. Ze werden bijgevolg gehaat als de pest. En wat doet Jezus? Hij roept een van hen. ‘Volg Mij', zegt Hij, en die man doet dat nog ook. Om zijn roeping te vieren, nodigt h ij Jezus en zijn apostelen uit op een feestmaal. En wie zijn de andere gasten? Alleen maar tollenaars en zondaars, want andere vrienden had hij uiteraard niet. De verontwaardiging van de farizeeën is dus niet verwonderlijk. ‘Waarom eet uw Meester met dat soort volk?', werpen ze de apostelen voor de voeten. Maar Jezus antwoordt heel resoluut: ‘Leer wat het wil zeggen: Ik wil liever barmhartigheid dan offers', en daarmee citeert hij de profeet Hosea uit de eerste lezing. En Hij voegt er nog aan toe: ‘Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.'

Zusters en broeders, ik denk dat Jezus hier niet alleen de farizeeën, maar ieder van ons van antwoord dient. Want ook wij staan heel snel klaar met ons oordeel en misschien nog meer met ons vooroordeel. Ook wij zijn heel dikwijls zoals de farizeeën en die vele werkgevers die oud-gevangenen geen tweede kans geven. Meer nog, in veel gevallen geven we zelfs helemaal géén kans. We staan gewoon klaar met onze vooroordelen tegenover mensen die anders zijn dan wijzelf. Mensen die anders leven, anders gekleed gaan, een ander kapsel hebben, andere tatoeages, een ander verleden hebben dan wij. Mensen van wie we vinden dat ze niet op onze hoogte staan, niet van onze stand zijn, arm zijn, allochtoon zijn en ga zo maar door. We leren het aan onze kinderen en kleinkinderen: ‘Met dat kindje moet je niet spelen, en ook niet met dat ander. Nee, dat is geen kameraadje voo r jou.' Het lijkt ons wel ingebakken te zijn. Mijn vrouw was vroeger kleuterleidster en ooit vertelde ze me dat haar vierjarige peuters op de speelplaats hadden beslist dat alleen de kindjes die zo en zo gekleed waren, mochten meespelen. De andere werden uitgestoten, want ze beantwoordden niet aan de norm. Het is jaren geleden dat mijn vrouw me dat verhaal vertelde, maar het is me altijd bijgebleven. Vier jaar, en uitsluiten op basis van kledij!

Zusters en broeders, laten we ophouden met muren om ons heen te bouwen, muren van oordeel en vooroordeel, uitsluiting en weigering. Jezus zegt: Ik ben niet gekomen voor de rechtvaardigen, maar voor de zondaars. Het zou goed zijn mochten we eraan denken dat, in de mate dat we veroordelen en uitsluiten, wijzelf wel eens die zondaars zouden kunnen zijn. Amen.