Wat heet gezond? (2002)

Misschien kunt u zich nog wel dat televisie-reclamespotje herinneren van een verzekeringsmaatschappij. Locatie: een attractiepark in een Amerikaanse stad. Achter het loket zit een jongeman kaartjes te verkopen voor de botsautootjes. Zo te zien vindt hij dat geen opwindende bezigheid. Hij lacht minzaam, maar met fletse ogen naar een moeder die met haar dochtertje kaartjes komt kopen. Dan is het of zijn ogen ineens het licht zien, en even later zie je hem met zo'n botsautootje door de drukke straten van die Amerikaanse stad scheuren, lange neuzen trekkend tegen politieagenten. Hij is helemaal in zijn element.
Toen ik het volledige evangelie van vandaag een paar keer had gelezen en de rol van Matteüs op mij probeerde te laten inwerken, moest ik denken aan dat spotje. Ik stelde mij namelijk voor dat Matteüs als tollenaar ook achter zo'n loket zat, en hij liet ook in één keer alles achter zich; ging er vandoor om een boeiender leven te beginnen. Misschien had Jezus wel voorkeur voor zulk soort mensen, voor mensen die bereid zijn te breken met het leven dat zei leiden, wat dat dan ook voor leven is: een lucratieve baan, zoals Mattheüs of zo'n saai routinebaantje als van die lokettist in dat Amerikaanse attractiepark. 
Over Jezus' voorkeuren kun je je wel vaker verwonderen. De criteria die Hij aanlegt bij het aantrekken van zijn medewerkers, doen de haren van veel mensen recht overeind staan.
Kijk maar naar die Matteüs. Het evangelie begon zojuist met het verhaal over zijn roeping. Vermoedelijk is de evangelist Matteüs ook de tollenaar Matteüs 'in zijn jonge jaren'. Je zou het dus een autobiografie kunnen noemen, maar dan wel en mini-autobiografie. Want dat hele roepingsverhaal bestaat uit slechts twee zinnen: 'Jezus zag iemand aan het tolhuis zitten die Mattheüs heette, en Hij zei tot hem: "Volg Mij". De man stond op en volgde hem'. 
Vierentwintig woorden voor een heel roepingsverhaal. Misschien ging het ook wel zo vlug. Of hij vertelt ons alleen maar het einde van een lang proces. Wie weet had Mattheüs allang de buik vol van dat leventje van hem. Financieel had hij niets te klagen, dat niet, daarvoor was hij veel te gewiekst. 
Hij had de tolplaats voor een redelijke prijs gepacht, en zijn eigen inkomen berekende hij eenvoudigweg gewoon door aan de belastingbetaler. Nee, wat de centen betrof had hij niets te klagen; hij hoorde bij de rijken en de notabelen van de stad. Maar hij was arm aan vrienden. De mensen keken hem veelal met de nek aan. Geen wonder, want ze voelden zich door hem afgezet. 
En dan was hij uiteindelijk ook nog in dienst van de Romeinse machthebber, en ook dat werd hem niet in dank afgenomen.
Wie weet was Matteüs dat leventje allang beu, en kwam Jezus op het juiste moment langs. Misschien had Jezus al eerder opgemerkt hoe lusteloos Matteüs achter het loket zat, hoe hij met een ongeïnteresseerd gebaar het geld opstreek. Financieel gezegend, sociaal verkommerd, wat een armetierig bestaan! Er zit veel meer in die man, wat jammer dat hij zijn ware rijkdommen niet aan bod laat komen!
En dan spreekt Jezus het verlossende woord: "Volg Mij". De man stond op 'zo schrijft Matteüs zelf', 'en volgde Hem'. En toen begon voor hem de navolging van Christus. Maar eerst nodigde hij Jezus en zijn leerlingen uit voor een maaltijd in zijn huis. Daarbij inviteerde Matteüs ook zijn collega's en zijn vrienden. Dat scheelde hem een apart afscheidsdiner; dan was je er maar vanaf! Wat zal me dat een mooi gezelschap gewest zijn, daar in Kafarnaüm!
Tijdens de Europese Voetbalkampioenschappen in 2000 las ik dat woord capharnaüm een keer in een Franse krant. Dat sloeg op een Nederlandse televizieuitzending, die toen dagelijks, met wisselend publiek en veel improvisatie in de openlucht werd opgenomen op een camping op de Veluwe. Wat heeft dat nu met Kafarnaüm te maken, dacht ik. Mijn woordenboek bracht uitkomst: 
un capharnaüm betekent: Een bende, een rommeltje, een ongeregeld zootje. Dat klopte voor dat Nederlandse televisieprogramma in het jaar 2000; dat klopte, denk ik, ook voor het gezelschap dat op uitnodiging van Matteüs tweeduizend jaar geleden in Kafarnaüm bijeen was: Rabbi Jezus van Nazaret, een groep leerlingen van Hem, een tolbeambte die zojuist ontslag genomen heeft, zijn collega's en dan nog een aantal mensen die worden aangeduid met het verzamelwoord 'zondaars'. Alles bij elkaar een echt zootje ongeregeld, dat mag je wel zeggen!
De goegemeente spreekt er dan ook schande van. De farizeeën maken zich tot spreekbuis van het weldenkende deel van de bevolking. Ze klampen de leerlingen van Jezus aan en zeggen: "Waarom eet uw meester met tollenaars en zondaars?" En dan spreekt Jezus de vermaarde woorden: 
"Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieke wel". En zich beroepend op een vers dat we in de eerste lezing hoorden bij de profeet Hosea, een vers dat de farizeeën beslist óók kenden, vervolgt Jezus: "Ga heen, u moet maar eens leren wat dit zeggen wil: Barmhartigheid wil ik, en geen offers". 
Bedoelt Jezus daarmee dat de farizeeën en hun gelijken gezond zijn, en dat het zootje ongeregeld rondom Hem in het huis van Matteüs ziek is? Dat de farizeeën de goeden zijn, en de tollenaars en zo de slechten? Dat kunnen we toch niet met goed fatsoen aannemen.
Misschien bedoelde Jezus wel dit: De mens die denkt dat hij gezond is, heeft geen dokter nodig; hij zal geen advies van een arts vragen, en ongevraagde adviezen voor zijn gezondheid in de wind slaan. De mens die meent dat hij deugt, dat hij goed is, heeft geen hulp nodig. Adviezen in de richting van verbetering of correctie legt hij naast zich neer. Daar heeft hij geen boodschap aan. Mensen die zo zeker zijn van hun morele superioriteit, daarop ketsen alle uitnodigingen van Jezus af. Als je zo 'ongeneeslijk gezond' bent,heb je Jezus niet nodig; heb je geen plaats voor Hem. Misschien zei Jezus daarom tot die verontwaardigde farizeeën wel: "Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieke wel".
Misschien voelde Jezus zich in dat capharnaüm, tussen dat zootje ongeregeld, zo goed thuis omdat hij daar mensen tegenkwam die open stonden voor zijn uitdaging: "Volg MIJ". 
Misschien liep Hij daar de meeste kans om mensen tegen te komen zoals die lokettist in dat Amerikaanse attractiepark: Sympathiek ogend, maar duidelijk ontevreden met zijn situatie, vol ongebruikte energie, bereid om op te staan en iets beters te beginnen. Misschien gaat Jezus' voorkeur uit naar mensen als Matteüs: De buik vol van zijn baan, die wel lucratief is, maar waarmee je je krediet bij de mensen verspeelt. Misschien zoekt Jezus het gezelschap van de mensen aan de rand van de samenleving juist wel omdat die zo drommels goed weten wat ze missen. De farizeeën zullen de meeste gasten van Matteüs tot de zieken hebben gerekend. Ze vonden zichzelf gezond. 
Maar wat heet gezond?