10e zondag door het jaar A

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Zondag na zondag hebben we geluisterd naar de bergrede, Jezus' kijk op het leven. In zijn tweede rede stuurt Hij zijn leerlingen uit. We zullen haar lezen vanaf volgende zondag. Tussen beide redevoeringen verzamelt Matteüs een aantal verhalen over wondere genezingen: na een bergrede over barmhartigheid, een berg barmhartige daden.

Jezus kan geen mens zien lijden. Hij geneest een melaatse, Hij geneest de knecht van een Romeinse honderdman, Hij geneest zelfs de schoonmoeder van Petrus van een eenvoudige koorts, Hij geneest twee bezetenen en een lamme, Hij wekt het dochtertje van Jaïrus op, Hij geneest een vrouw van haar vloeiingen, Hij geneest twee blinden en nog een stomme. Tekenen en leer van barmhartigheid gaan samen.

De mensen zijn verbaasd, verheugd en vertwijfeld te zelfder tijd. Hier is iets waarlijk nieuws aan het gebeuren. En met deze gemengde gevoelens volgen velen de nieuwe leraar en wonderdoener. Tussendoor willen anderen tot zijn school behoren, naast de leerlingen van het eerste uur.

Een Schriftgeleerde zegt Hem: 'Meester, ik zal U volgen, waar Gij ook gaat'. Jezus gaat er niet gemakkelijk op in: de theoloog moet, zoals de rijke jongeling, de prijs betalen voor de vrijheid die hij wil vinden bij het volgen van de Leraar. 'De Mensenzoon heeft niets waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten'.

Een andere begeesterde, die reeds zijn leerling is, wil ook definitief tekenen, maar hij moet eerst nog zijn vader begraven. Edelste verplichting, maar wie Jezus wil volgen, die het dochtertje van Jaïrus opwekt, die de vrouw van haar bloedvloeiing geneest, en haar zo aan het leven teruggeeft, die alle voortekenen van de dood met zijn genezingen terugdrijft, die het Leven zelf is, wie dié Jezus wil volgen, laat zelfs de edelste verplichtingen van de oude orde, ook de begrafenis van de doden, aan hen over die Jezus nog niet volgen.

Wat een ergernis! Wat een uitdaging voor hen die duizend goede, redelijke en edele redenen naar voor schuiven, om toch maar niet de roeping te moeten volgen. De roeping heeft iets dat overweldigt. Jezus doet iemand van bij zijn gevestigde of, als hij nog jong is, van bij zijn gedroomde tolhuis opspringen, om Hem toch maar te volgen.

We weten niet of de Schriftgeleerde ja gezegd heeft, we weten niet of de leerling teruggegaan is en of hij zijn vader begraven heeft. We weten wel wat met Matteüs, de leviet gebeurd is, die zijn positie opgegeven heeft om Jezus te volgen. We hebben reeds een woord over hem gezegd. Wat heeft hem overweldigd? Wat betekende voor hem de leer van Jezus? Wat heeft hem ja doen zeggen? Wat heeft het bij hem gehaald op de twijfel? Wat heeft zijn verbazing tot blijvende bewondering omgevormd? Wat heeft zijn vreugde bevestigd?

Hij geeft zelf het antwoord in zijn summier verhaal. Hij was dus een tollenaar. Als leviet was hij wellicht zelf een Farizeeër. Hij inde de belastingen voor de bezetter. Hij manipuleerde de heidense geldstukken en dat maakte hem reeds onrein voor de andere Farizeeën. Hij zal zich ook wel echt gecompromitteerd hebben. Hij was ook daardoor onrein, een 'zondaar', zoals zijn collega's die met Jezus wat later aan zijn tafel aanliggen. Hij was uitgesloten uit de kring van de reinen, van de rechtvaardige beoefenaars van de godsdienst, van de gemeenschap met God, daarom, want de Farizeeën stempelden hun visum op het paspoort dat toegang gaf tot de synagoge, tot de tempel en tot de cultus.

 

De nieuwe 'Meester eet met tollenaars en zondaars'. Hij sluit ze niet uit, Hij sluit ze in, in zijn kring, waarvan Matteüs voelt dat het Gods kring is. Het is de kring van hen die een dokter best kunnen gebruiken, en die blij zijn dat hij komt. Jezus weet dat zij die zich gezond noemen, vaak de dokter het meest nodig hebben...