4e zondag van de advent A - 2019

Zusters en broeders,

Al drie weken bereiden we ons voor op Kerstmis, en dat zal het binnen een paar dagen ook zijn, maar hebben we ook stilgestaan bij wat Kerstmis is? Leeft de verwachting naar de geboorte van de Heer in ons midden echt in ons, of leeft ze alleen hier in de kerk, tijdens de viering? Gaat ze na de viering mee naar buiten in ons leven, of blijft ze in de kerk achter, en zijn ook wij slaaf van het waanzinnige consumentisme dat ons geloof zozeer aantast dat de komst van de Heer helemaal niet meer van tel is?

Zijn we dus misschien zoals Achaz in de eerst lezing? Misschien zouden we wel zo willen zijn, want hij is niet zomaar iemand, nee, hij is koning, en misschien trekt ons dat wel aan: iemand zijn die ongenaakbaar boven alle anderen uitsteekt. En daar blijft het bij Achaz niet bij: hij staat niet alleen boven het volk, maar beeldt zich ook in dat hij boven God staat. Dus wijst hij de profeet Jesaja heel arrogant af wanneer die zegt dat hij een teken van God de Heer moet vragen. Nee, hij heeft God helemaal niet nodig, hij zal alles wel zelf regelen.

Hoe anders is Jozef in het evangelie. Wanneer hij tot de vaststelling komt dat zijn verloofde Maria buiten hem om zwanger is, wil hij in stilte van haar scheiden. Hij wil haar dus niet de grond inboren door haar openlijk te beschuldigen en te vernederen, want hij is een rechtschapen man, zegt de evangelist. En wanneer hem in een vreemde droom een engel verschijnt die zegt dat Maria zwanger is van de heilige Geest, en dat ze een Zoon zal baren die hij Jezus moet noemen, stelt hij daar geen vragen bij, maar doet hij wat de engel zegt. Hij is immers geen dromer, maar een doener, en zijn geloof is sterker dan zijn wantrouwen.

Zijn wij zoals Jozef, of proberen we tenminste te zijn zoals hij? Is ook ons geloof  onuitroeibaar, en luisteren ook wij naar wat God zegt? En durven wij, zoals Jozef, handelen naar zijn woorden, ondanks de risico’s die we vandaag meer meemaken dan ooit tevoren? Het risico dat slechts weinigen ons geloof respecteren, dat we er bijna alleen voor staan, dat we anders moeten denken en anders moeten doen dan wat we meemaken in onze samenleving. Dat we dus nee moeten zeggen tegen het consumentisme en het winstbejag, de onverschilligheid voor het leed van anderen, de machtswellust en corruptie van zoveel wereldleiders, de leugens en het bedrog waarop zovelen steunen.

Hoe staan we daartegenover? En hoe gaan we om met onverwachte, soms heel pijnlijke gebeurtenissen die ons, onze familie, onze medemensen  overkomen? Ziekte en dood, ontrouw, tegenslag en ellende. Zijn we ook dan even sterk als Jozef, die met de schijnbare ontrouw van Maria geconfronteerd wordt? ‘Wees niet bevreesd’, zegt de engel in zijn droom, en Jozef vertrouwt op het woord van de Heer. Zijn ook wij sterk genoeg om niet bevreesd te zijn in de nachtmerrie van ellende die ons en onze medemensen kan overvallen, en te geloven dat God ons zal bijstaan? Want ook tegen ons zegt de engel: ‘Wees niet bevreesd.’ Het zijn woorden die Jezus zo dikwijls zal zeggen. ‘Wees niet bevreesd, gij kleine kudde.’ ‘Wees niet bevreesd voor de dingen die gij gaat lijden, want Ik ben bij u.’

Zusters en broeders, binnen een paar dagen vieren we Kerstmis. Laten we ons daar nu al vol vreugde op voorbereiden, want dan vieren we dat God als mens op de aarde is willen komen. Niet als een machtige, straffende en wraakzuchtige heerser, maar als een klein en machteloos kind van een heel eenvoudige moeder. Als ‘Immanuel’: God met ons. Laten we dat nooit vergeten, en laten we dankbaar zijn dat God met ons is alle dagen van ons leven. Amen.