God heeft mensen zoals Jozef nodig!

 

 

Beste vrienden,

Heel fatsoenlijk! In alle stilte wil hij van haar scheiden. Hij zou dat ook anders kunnen doen. Dat zou zelfs zijn goede recht zijn geweest! Tenslotte was hij het die bedrogen werd, die Jozef, wiens verloofde nu plots zwanger was geworden. Hij had hun verbinding mits twee getuigen kunnen verbreken, dan was haar schande openbaar geworden. 

Het was dus heel fatsoenlijk, dat hij had besloten om in alle stilte van haar te scheiden. Maar ook niet meer dan dat. Meer dan gewoon fatsoenlijk was het niet. Want huwen wilde hij haar klaarblijkelijk ook niet meer. Hij wou van haar scheiden. Hij had haar, ondanks haar toestand, toch ook nog bij zich kunnen houden. Maar daar had hij blijkbaar toch ook de moed niet toe. Of was hij alleen maar bang? Was hij er gewoon bang voor om haar nu, ondanks haar zwangerschap toch tot zijn vrouw te nemen? En als dat zo was, waarvoor was hij dan bang, of voor wie?

Bij mij is deze keer vooral dat “Wees niet bang” in mijn geheugen blijven hangen. De engel in de droom zegt uitdrukkelijk “Ge moet niet bang zijn om Maria als echtgenote bij u te nemen.” Maar waarvoor zou Jozef dan bang moeten zijn?

Alleen Maria had bang moeten zijn, want zij was tenslotte onteerd. Zij zou, indien Jozef haar openbaar zou verstoten, geen voet meer aan de grond krijgen. Als er haar dan nog iemand zou nemen, dan ten hoogste uit medelijden.

Jozef zelf had helemaal niets te vrezen – behalve dan het geroddel van de mensen. Want hoe staat hij daar nu! Zijn bruid krijgt een kind, en blijkbaar niet van hem. Als hij haar openlijk zou verstoten zou hij zelf waarschijnlijk zijn gezicht niet verliezen. Maar men zou hem wel voortdurend met de vinger blijven wijzen: de gehoornde bruidegom. Hij zou het voorwerp van spot worden voor de ganse buurt. En als hij haar ondanks alles dan toch nog bij zich zou nemen, dan zou het geroddel helemaal niet meer ophouden. Wat zou dat toch voor een man zijn die zich een koekoekskind laat aandraaien en dan bovendien nog stilzwijgend de toestand aanvaardt en dat kind als het zijne wil opvoeden. Dat zou zelfs in onze moderne tijd nog opzien baren. In Jozefs tijd was dat zonder twijfel een bron van ver over de stadsgrens heengaande roddels.

“Wees daar niet bang voor!” Doe het toch maar! Doe gewoon wat gij voor belangrijk en juist houdt, en laat u niet door roddels uit het lood slaan. Eigenlijk heeft die uitspraak van de engel in de droom van Jozef voor mij alleen maar zin op die manier. Het voelt aan alsof jozef nog juist dat laatste duwtje in de rug nodig had, alsof hij zijn Maria liefst, ondanks alles, ondanks zijn ontgoocheling, ondanks het kind dat ze verwachtte, bij zich zou hebben genomen, ware daar niet de angst voor het geroddel geweest. “Ge moet daar niet bang voor zijn” luidde het antwoord. En dat is een antwoord dat niet alleen voor hem is bedoeld. Het is één van de vele antwoorden die tijdloos geldig zijn voor alle generaties.

Laat u niet hinderen door het geroddel van de anderen. Sta achter datgene wat ge zelf juist en belangrijk vindt. Vooral: sta achter de mensen! Dat is het exact wat de engel ook tegen ons zegt!

Hij zegt het tegen ouders die achter hun kinderen staan, ook wanneer die de stomste dingen hebben gedaan en iedereen al achter de hand begint te roddelen wanneer ze voorbijgaan. Hij zegt het tegen iedereen die achter een andere mens blijft staan omdat die voor hen belangrijk is, omdat ze hem graag zien, ook tegen de gangbare mening in, ondanks alle roddel en de zware druk van de velen die het weer eens beter menen te weten.

Wanneer het om mensen gaat moogt ge niet bang zijn van roddel en toogpraat. Kom uit voor uw overtuiging, volg uw geweten, en kom op voor die mens die belangrijk is voor u, want het zijn juist zo’n mensen, mensen zoals die Jozef van Nazareth, die onze God nodig heeft.

Amen.